Naar hoofdinhoud

Artikel II

Artikel II

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Brazilië betreffende kosteloze rechtsbijstand· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 30 april 1964

1. Hij die zich in Brazilië bevindt en die kosteloze rechtsbijstand verzoekt, zal moeten aantonen, door middel van een in Brazilië door de politieautoriteiten of het hoofd der gemeente afgegeven bewijs, dat zijn financiële omstandigheden hem niet veroorloven de proceskosten en het honorarium van een advocaat te betalen zonder zijn bestaan en dat van zijn gezin in gevaar te brengen. In het Federale District en in de hoofdsteden der Staten en Gebieden zal de verklaring kunnen worden afgegeven door uitdrukkelijk door het Hoofd der gemeente aangewezen autoriteiten. 2. Hij die in Nederland verblijft en die kosteloze rechtsbijstand verzoekt, zal moeten bewijzen niet de kosten van een proces en het honorarium van een advocaat te kunnen betalen, door middel van een bewijs afgegeven door de gemeentelijke autoriteiten, behelzende voor zover mogelijk gegevens betreffende het beroep, het gezin, de inkomsten en het vermogen van de belanghebbende. Wanneer de verzoeker niet in Nederland verblijft, moet hij bescheiden overleggen van gelijke aard als de hierboven genoemde.

Rechtspraak bij dit artikel