Naar hoofdinhoud
1. Zorgvuldig rekening houdend met de beginselen van het flexibel gebruik van het luchtruim en in overeenstemming met de bestaande nationale regelingen en de toepasselijke internationale overeenkomsten sluiten de betreffende Verdragsluitende Staten, waar en wanneer nodig, schriftelijke overeenkomsten om militaire trainingsactiviteiten in het betreffende luchtruim mogelijk te maken, ongeacht de bestaande grenzen. 2. De betreffende Verdragsluitende Staten staan het verlenen van grensoverschrijdende luchtverkeersdiensten toe door een militaire of civiele verlener van luchtverkeersdiensten van de betrokken andere Verdragsluitende Staat aan staatsluchtvaartuigen die als algemeen of operationeel luchtverkeer opereren, overeenkomstig daartoe strekkende schriftelijke regelingen die aan de FABEC-Raad worden doorgegeven. 3. De betreffende Verdragsluitende Staten staan het verlenen van gevechtsleidingsdiensten aan operationeel luchtverkeer toe door de luchtverdedigingsorganisaties en organisaties voor tactisch luchtbevel- en gevechtsleidingsdiensten van de andere betreffende Verdragsluitende Staat, overeenkomstig daartoe strekkende schriftelijke regelingen die aan de FABEC-Raad worden doorgegeven. 4. Voor het verlenen van grensoverschrijdende diensten in het betreffende luchtruim moedigen de Verdragsluitende Staten een nauwe samenwerking aan tussen de civiele en militaire verleners van luchtvaartnavigatiediensten en de respectieve organisaties voor luchtverdediging en tactisch luchtbevel- en gevechtsleidingsdiensten. 5. De Verdragsluitende Staten streven naar harmonisatie van de relevante civiele en militaire regelingen om de civiel-militaire samenwerking te vergemakkelijken, in het bijzonder op het gebied van beveiliging.

Rechtspraak bij dit artikel