Naar hoofdinhoud
1. De Verdragsluitende Staten ontwikkelen gemeenschappelijke beginselen met betrekking tot het heffingenbeleid binnen het betreffende luchtruim en passen deze toe, rekening houdend met de mogelijkheid van nationale vrijstellingen. 2. De Verdragsluitende Staten hebben de intentie om een enkel eenheidstarief voor en-route verkeer in het betreffende luchtruim toe te passen en zij streven naar het vaststellen van een gemeenschappelijke heffingszone in het betreffende luchtruim. 3. De FABEC-Raad beslist over de invoering, de voorwaarden voor en de toepassing van een enkel eenheidstarief voor en-route verkeer in het betreffende luchtruim en de vaststelling van een gemeenschappelijke heffingszone in het betreffende luchtruim. 4. Het gemeenschappelijk voorgestelde enkel eenheidstarief voor en-route verkeer in het betreffende luchtruim wordt volgend op een beslissing van de FABEC-Raad daarover aan het relevante EUROCONTROL-orgaan ter vaststelling voorgelegd. 5. Voorafgaand aan de invoering en toepassing van een enkel eenheidstarief voor en-route verkeer in het betreffende luchtruim coördineren de Verdragsluitende Staten hun eenheidstarieven voor en-route verkeer in het betreffende luchtruim op het niveau van de FABEC-Raad. 6. De Verdragsluitende Staten dienen in het bijzonder: gezamenlijk de noodzakelijke verplichtingen te vervullen verbonden aan een gemeenschappelijke heffingszone voor en-route verkeer in het betreffende luchtruim; passende regelingen te treffen voor samenhang en eenvormigheid bij de toepassing van de regels en voorschriften met betrekking tot heffingen; waar nodig, te zorgen voor de gezamenlijke coördinatie met EUROCONTROL.

Rechtspraak bij dit artikel