Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake het luchtverkeer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 28 april 1958

1. Iedere Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij voor het uitoefenen van het internationale luchtverkeer door de aangewezen ondernemingen: het recht van overvliegen, het recht van landing voor niet-verkeersdoeleinden, en het recht van binnenkomst en vertrek voor het uitoefenen van commercieel internationaal verkeer van passagiers, post en/of goederen op de punten in zijn grondgebied, die bij iedere ingevolge lid 2 vastgestelde lijn zijn opgesomd. 2. De lijnen, waarop de aangewezen ondernemingen der beide Overeenkomstsluitende Partijen het recht hebben internationaal luchtverkeer uit te oefenen, worden vastgesteld in een bij notawisseling overeen te komen route-tabel.

Rechtspraak bij dit artikel