Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake het luchtverkeer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 28 april 1958

1. Aan de ondernemingen van iedere Overeenkomstsluitende Partij dient op billijke en gelijke wijze gelegenheid te worden gegeven, de exploitatie op ieder der ingevolge artikel 2, lid 2, vastgestelde lijnen uit te oefenen. 2. Bij de exploitatie van het internationale luchtverkeer op de ingevolge artikel 2, lid 2, vastgestelde lijnen dient een aangewezen onderneming van een Overeenkomstsluitende Partij rekening te houden met de belangen van een aangewezen onderneming van de andere Overeenkomstsluitende Partij, opdat het luchtverkeer dat deze ondernemingen op het geheel of een gedeelte van dezelfde lijnen onderhouden niet onredelijk wordt getroffen. 3. Het internationale luchtverkeer op de ingevolge artikel 2, lid 2, vastgestelde lijnen zal voor alles ten doel hebben een vervoerscapaciteit te verschaffen, welke beantwoordt aan de te verwachten vraag naar verkeer naar en van het gebied van de Overeenkomstsluitende Partij, die de onderneming heeft aangewezen. Het recht van deze onderneming, vervoer tussen de ingevolge artikel 2, lid 2, vastgestelde, in de andere Overeenkomstsluitende Partij gelegen punten van een lijn en punten in derde Staten te bewerkstelligen dient in het belang van een ordelijke ontwikkeling van het internationale luchtverkeer op een zodanige wijze te worden uitgeoefend, dat de vervoerscapaciteit aangepast is aan de vraag naar vervoersgelegenheid naar en van het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij, welke de onderneming heeft aangewezen, aan de bestaande vraag naar verkeer in de gebieden waar overheen wordt gevlogen, zulks met inachtneming van de plaatselijke en regionale lijnen, aan de eisen, welke de economische exploitatie van doorgaande luchtlijnen stelt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel