Naar hoofdinhoud
(1). De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van luchtvaartuigen gebezigd in de internationale luchtvaart, of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zodanige luchtvaartuigen gedurende het verblijf binnen haar grondgebied zullen van toepassing zijn op de luchtvaartuigen gebezigd door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij en zullen door zodanige luchtvaartuigen bij binnenkomst in of vertrek uit of gedurende verblijf binnen het grondgebied van eerstgenoemde Partij worden nagekomen. (2). De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij zullen het recht hebben de exploitatie van de overeengekomen diensten door de luchtvaartmaatschappij aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij op te schorten, of zulke voorwaarden als zij noodzakelijk achten te stellen ten aanzien van de exploitatie door die luchtvaartmaatschappij, in elk geval waarin die luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten en voorschriften van de eerste Overeenkomstsluitende Partij na te komen of waarin die luchtvaartmaatschappij of de Overeenkomstsluitende Partij welke haar aanwijst, in gebreke blijft de in deze Overeenkomst gestelde voorwaarden na te komen; met dien verstande dat dit recht, tenzij onmiddellijke opschorting of het stellen van voorwaarden noodzakelijk is teneinde verdere overtreding van de wetten en voorschriften te voorkomen, slechts zal worden uitgeoefend na overleg met de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. (3). De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij inzake de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanning of vracht van luchtvaartuigen, zoals voorschriften inzake binnenkomst, immigratie, paspoorten, douane, deviezen en quarantaine zullen door of vanwege de passagiers, bemanning en vracht van luchtvaartuigen, welke door de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden gebruikt, worden nagekomen gedurende het verblijf binnen het grondgebied van de eerstgenoemde Partij. Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 11 april 2006 (Pb. EU L 126 van 13 mei 2006, blz. 24 e.v.) wordt vanaf 1 maart 2007, wanneer in de tekst van de bilaterale Overeenkomst wordt verwezen naar luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2012/225). Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 11 april 2006 (Pb. EU L 126 van 13 mei 2006, blz. 24 e.v.) wordt vanaf 1 maart 2007, wanneer in de tekst van de bilaterale Overeenkomst wordt verwezen naar luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2012/225).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel