Naar hoofdinhoud

TITEL III

Artikel 25

Verhouding ten aanzien van andere overeenkomsten

Onderdeel van Euromediterrane luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië, anderzijds· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 2 augustus 2020

1. De bepalingen van deze Overeenkomst hebben voorrang op de relevante bepalingen van bestaande bilaterale overeenkomsten tussen Jordanië en de lidstaten. Het is echter toegestaan bestaande verkeersrechten die voortvloeien uit deze bilaterale overeenkomsten en die niet onder de onderhavige Overeenkomst vallen, verder te blijven uitoefenen voor zover dit geen aanleiding geeft tot discriminatie tussen luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie op basis van nationaliteit. 2. Als deze Overeenkomst of de voorlopige toepassing ervan wordt stopgezet, kunnen de partijen, onverminderd lid 1 van dit artikel, en rekening houdende met artikel 27 (Beëindiging), vóór de stopzetting overeenstemming bereiken over de regeling die van toepassing is op luchtdiensten tussen hun grondgebieden. 3. Indien de partijen toetreden tot een multilaterale overeenkomst of overgaan tot de bekrachtiging van een besluit van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie of een andere internationale organisatie dat betrekking heeft op onder deze Overeenkomst vallende aangelegenheden, plegen zij overleg in het Gemengd Comité om te bepalen of deze Overeenkomst met het oog hierop moet worden herzien. 4. Deze Overeenkomst laat beslissingen van de twee partijen om toekomstige aanbevelingen van de ICAO toe te passen, onverlet. De partijen mogen deze Overeenkomst of delen ervan niet inroepen als basis om zich binnen de ICAO te verzetten tegen alternatieve beleidsmaatregelen over kwesties die onder deze Overeenkomst vallen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel