Indien een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen verblijft op het grondgebied van de ene Partij en de wettelijke regelingen van de andere Partij zijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, onder a, op hem van toepassing, wordt, ter beoordeling van zijn aanspraken op uitkeringen in geld terzake van ziekte, moederschap, bedrijfsongeval of beroepsziekte ingevolge die wettelijke regelingen, te zijnen aanzien gehandeld
voor wat betreft ziekengeld- en moederschapsuitkering: als hield hij op het grondgebied van laatstgenoemde Partij verblijf;
voor wat betreft uitkering terzake van een bedrijfsongeval, dat hem gedurende zijn werkzaamheid overkomt of een beroepsziekte, welke gedurende zijn werkzaamheid ontstaat: als had het bedrijfsongeval plaats gevonden of als was de beroepsziekte ontstaan op het grondgebied van laatstgenoemde Partij.
TITEL II
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 juni 1955