Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 22

Geheimhouding

Onderdeel van Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 februari 1997

1. Alle door een Partij krachtens dit Verdrag verkregen inlichtingen worden op dezelfde wijze geheim gehouden als inlichtingen die krachtens de nationale wetgeving van die Partij zijn verkregen, of krachtens de voorwaarden inzake geheimhouding die van toepassing zijn in de Partij die de inlichtingen heeft verstrekt, indien die voorwaarden meer beperkend zijn. 2. Zodanige gegevens worden in ieder geval slechts ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (met inbegrip van rechterlijke instanties en bestuurlijke instanties of lichamen) die betrokken zijn bij de heffing of inning van belastingen van die Partij, of bij de invordering van belastingen, de tenuitvoerlegging, of de vervolging ter zake van of de beslissing in beroepszaken met betrekking tot belastingen van die Partij. Alleen de bovenbedoelde personen of autoriteiten mogen van die inlichtingen gebruik maken, en dan slechts voor die doeleinden. Zij mogen de inlichtingen, niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid, bekend maken in openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen aangaande die belastingen, slechts na voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit van de Partij die de inlichtingen heeft verstrekt. Twee of meer Partijen kunnen echter onderling overeenkomen af te zien van de voorwaarde van voorafgaande toestemming. 3. Indien een Partij een voorbehoud heeft gemaakt als bedoeld in artikel 30, eerste lid, letter a, maakt geen enkele andere Partij die inlichtingen van die Partij verkrijgt, gebruik van deze inlichtingen ten aanzien van een belasting in een categorie waarop het voorbehoud van toepassing is. Evenzo maakt de Partij die het voorbehoud maakt geen gebruik van krachtens dit Verdrag verkregen inlichtingen ten aanzien van een belasting in een categorie waarop het voorbehoud van toepassing is. 4. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste, tweede en derde lid kan van inlichtingen die een Partij heeft ontvangen gebruik worden gemaakt voor andere doeleinden, indien die inlichtingen voor die andere doeleinden kunnen worden gebruikt krachtens de wetgeving van de Partij die de inlichtingen heeft verstrekt en indien de bevoegde autoriteit van die Partij toestemming voor dat gebruik verleent. Door een Partij aan een andere Partij verstrekte inlichtingen kunnen door de laatstbedoelde worden doorgegeven aan een derde Partij, afhankelijk van voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit van de eerstbedoelde Partij.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel