Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Verdrag nopens de bestrijding van discriminatie in het onderwijs· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 25 juni 1966

De volgende situaties worden niet beschouwd als discriminatie in de zin van artikel 1 van dit Verdrag indien zij in een staat zijn toegestaan: Het oprichten of in stand houden van afzonderlijke onderwijssystemen of -instellingen voor leerlingen van beider kunne, indien deze systemen of -instellingen op gelijke wijze toegang geven tot het onderwijs, beschikken over onderwijzend personeel dat dezelfde diploma's heeft en van hetzelfde gehalte is, over schoolgebouwen en leermiddelen beschikken van dezelfde kwaliteit, en gelegenheid geven dezelfde of gelijkwaardige studieprogramma's te volgen; Het om godsdienstige of taalkundige redenen oprichten of in stand houden van afzonderlijke onderwijssystemen of -instellingen die een onderwijs bieden dat in overeenstemming is met de wensen van de ouders of de wettelijke voogden van de leerlingen, indien het deelnemen aan dergelijke systemen of het bezoeken van dergelijke instellingen facultatief is en indien het gegeven onderwijs voldoet aan de door de bevoegde autoriteiten vast te stellen of goed te keuren normen, met name ten aanzien van onderwijs van gelijk niveau; Het oprichten of in stand houden van particuliere onderwijsinstellingen, indien het doel van de instellingen niet is de uitsluiting van enige groep te bewerkstelligen, doch onderwijsfaciliteiten te verschaffen naast die welke door de overheid worden verschaft, indien die instellingen overeenkomstig dat doel worden geleid en indien het gegeven onderwijs voldoet aan de door de bevoegde autoriteiten vast te stellen of goed te keuren normen, met name ten aanzien van onderwijs van gelijk niveau.

Rechtspraak bij dit artikel