Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Verdrag inzake douanefaciliteiten ten behoeve van het toeristenverkeer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 6 juni 1967

1. Behoudens de andere bepalingen van dit Verdrag zal elke Verdragsluitende Staat met tijdelijke vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer toelaten de persoonlijke goederen die door een toerist worden ingevoerd, mits deze goederen bestemd zijn voor diens persoonlijk gebruik en hij de goederen zelf of in zijn reisbagage medevoert, mits er geen vrees voor misbruik bestaat en mits deze persoonlijke goederen door de toerist weder zullen worden uitgevoerd wanneer hij het land verlaat. 2. Onder „persoonlijke goederen” worden verstaan alle kledingstukken en alle andere nieuwe of gebruikte goederen, welke een toerist redelijkerwijze en voor zich persoonlijk nodig kan hebben, rekening houdende met alle omstandigheden van zijn reis, doch met uitzondering van alle goederen welke voor handelsdoeleinden worden ingevoerd. 3. Onder persoonlijke goederen zijn onder andere de volgende voorwerpen begrepen, mits kan worden aangenomen dat zij in gebruik zijn: persoonlijke sieraden; een fototoestel met twaalf platen of vijf rolfilms; een smalfilmopneemapparaat met twee filmrollen; een verrekijker; een draagbaar muziekinstrument; een draagbare grammofoon met tien platen; een draagbaar geluidsopneemapparaat; een draagbaar radio-ontvangtoestel; een draagbaar televisie-ontvangapparaat; een draagbare schrijfmachine; een kinderwagen; een tent en verdere kampeeruitrusting; sportartikelen (een vissersuitrusting, een jachtgeweer met vijftig patronen, een rijwiel zonder motor, een kano of kajak met een lengte van niet meer dan 5,50 m, een paar ski's, twee tennisrackets en andere soortgelijke artikelen).

Rechtspraak bij dit artikel