Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK DRIE › AFDELING B

Artikel 3.6

Landbouwvrijwaringsmaatregelen

Onderdeel van Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 13 december 2015

1. Een maatregel in de vorm van een hoger invoerrecht op een landbouwproduct van oorsprong dat in de in bijlage 3 opgenomen lijst van een partij wordt vermeld, kan door die partij in overeenstemming met de leden 2 tot en met 8 worden toegepast, indien het totale invoervolume voor dat product in een jaar een drempelvolume als vastgelegd in haar lijst in bijlage 3 overstijgt. 2. Het in lid 1 bedoelde recht is niet hoger dan het laagste van de volgende tarieven: het gebruikelijke meestbegunstigingstarief, het meestbegunstigingstarief dat van kracht is op de datum die direct aan de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst voorafgaat, of het tarief dat in de lijst van een partij in bijlage 3 is vermeld. 3. De rechten die elk van beide partijen ingevolge lid 1 toepast, worden vastgesteld overeenkomstig de lijsten van elk van beide partijen in bijlage 3. 4. Geen van beide partijen mag met betrekking tot hetzelfde product tegelijkertijd een landbouwvrijwaringsmaatregel krachtens dit artikel en één van de volgende maatregelen toepassen of handhaven: een bilaterale vrijwaringsmaatregel overeenkomstig artikel 3.1; een maatregel overeenkomstig artikel XIX van de GATT 1994 en de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen; of een bijzondere vrijwaringsmaatregel op grond van artikel 5 van de Overeenkomst inzake de landbouw. 5. Een partij legt landbouwvrijwaringsmaatregelen op een transparante wijze ten uitvoer. Binnen 60 dagen na het opleggen van een landbouwvrijwaringsmaatregel stelt de partij die de maatregel toepast, de andere partij daarvan schriftelijk in kennis en verstrekt zij haar relevante data aangaande de maatregel. Indien de partij van uitvoer hier schriftelijk om verzoekt, plegen de partijen overleg over de toepassing van de maatregel. 6. De tenuitvoerlegging en de werking van dit artikel kunnen binnen het in artikel 2.16 (Comité voor de handel in goederen) bedoelde Comité voor de handel in goederen voorwerp van discussie en onderzoek zijn. 7. Geen van beide partijen mag een landbouwvrijwaringsmaatregel ten aanzien van een landbouwproduct van oorsprong toepassen of handhaven indien: de periode die is omschreven in de landbouwvrijwaringsbepalingen van haar in bijlage 3 opgenomen lijst, is verstreken; of de maatregel het contingentrecht verhoogt ter zake van een product waarvoor een tariefcontingent geldt als vermeld in aanhangsel 2-A-1 van haar in bijlage 2-A opgenomen lijst (Afschaffing van douanerechten). 8. Leveranties van de betrokken producten die onderweg waren op grond van een contract dat is afgesloten voordat het aanvullende recht op grond van de leden 1 tot en met 4 is ingevoerd, worden van dat recht vrijgesteld, met dien verstande dat die leveranties met het oog op toepassing van de bepalingen van lid 1 in het volgende jaar mogen worden gerekend tot het invoervolume van de betrokken producten in dat jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel