Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK DRIE › AFDELING D

Artikel 3.8

Algemene bepalingen

Onderdeel van Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 13 december 2015

1. Tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald, behouden de partijen hun rechten en verplichtingen ingevolge artikel VI van de GATT 1994, de in bijlage IA bij de WTO-Overeenkomst opgenomen Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994, hierna „Antidumpingovereenkomst” genoemd, en de in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst opgenomen Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen, hierna „SCM-overeenkomst” genoemd. 2. De partijen komen overeen dat bij gebruikmaking van antidumpingrechten en compenserende rechten de relevante WTO-voorschriften volledig moeten worden gerespecteerd en dat die rechten op een eerlijk en doorzichtig systeem moeten worden gebaseerd ten aanzien van procedures die van invloed zijn op goederen van oorsprong uit de andere partij. Hiertoe waarborgen de partijen dat onmiddellijk nadat voorlopige maatregelen zijn ingesteld en in elk geval vóór de uiteindelijke vaststelling ervan, de belangrijkste feiten en overwegingen die aan de beslissing tot toepassing van maatregelen ten grondslag liggen, volledig en duidelijk worden meegedeeld, onverminderd artikel 6.5 van de Antidumpingovereenkomst en artikel 12.4 van de SCM-Overeenkomst. Informatie moet schriftelijk worden verstrekt, en er moet belanghebbenden voldoende tijd worden gelaten om hun opmerkingen in te dienen. 3. Teneinde de grootst mogelijke doelmatigheid bij antidumping- of antisubsidieonderzoeken te waarborgen, en in het bijzonder gelet op een adequaat recht van verweer, aanvaarden de partijen het gebruik van de Engelse taal voor documenten die in het kader van antidumping- of antisubsidieonderzoeken in het dossier worden opgenomen. Niets in dit lid belet Korea te verzoeken om een in het Koreaans geschreven verduidelijking, indien: de betekenis van de in het dossier opgenomen documenten door Korea's onderzoeksautoriteiten niet voldoende duidelijk wordt geacht voor het antidumping- of antisubsidieonderzoek; en het verzoek strikt beperkt is tot het deel dat niet voldoende duidelijk is voor het antidumping- of antisubsidieonderzoek. 4. Belanghebbenden krijgen, mits zulks het onderzoek niet onnodig vertraagt, de gelegenheid te worden gehoord opdat zij gedurende het antidumping- of antisubsidieonderzoek hun standpunt kenbaar kunnen maken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel