**1.** Teneinde in beginsel het onderzoek te vermijden van ingeschreven bagage, toebehorende aan reizigers, die zich op doorreis op het grondgebied van een land bevinden, alsmede van colli, welke met internationale personentreinen worden doorgevoerd, treffen de douane-administraties en de andere betrokken administraties van de Verdragsluitende Partijen in overleg met de spoorwegadministraties van die landen bijzondere maatregelen, zoals het verzegelen van goederenwagons of gedeelten daarvan, van containers, manden of zakken, waarin zodanige bagage wordt vervoerd, of het verzegelen van de colli zelf, mits vooraf een internationale douaneverklaring is opgemaakt.
**2.** In overleg met de spoorwegadministraties van de betrokken landen vestigen de douane-administraties en de andere betrokken administraties van die landen, voorzoveel mogelijk, kantoren in de in het binnenland gelegen stations, waar het internationale verkeer bijzonder belangrijk is, teneinde de douanebehandeling en de andere contrôles van ingeschreven bagage en van colli, welke met personentreinen worden vervoerd, mogelijk te maken, hetzij vóór het vertrek uit die stations, hetzij na de aankomst in genoemde stations. Het vervoer van die bagage en colli, hetzij van één van die in het binnenland gelegen stations naar het grensstation of in omgekeerde richting, hetzij tussen twee aan weerszijden van de grens in het binnenland gelegen stations, kan plaats vinden onder het in het eerste lid van dit artikel bedoelde régime voor internationale doorvoer.
**3.** De spoorwegadministraties streven er naar de douanebehandeling en de andere contrôles van ingeschreven bagage en van door internationale personentreinen vervoerde colli zoveel mogelijk te doen plaats hebben vóór de inlading op het station van afzending.
**4.** Indien de douanebehandeling en de andere contrôles van de colli niet op de grensstations kunnen worden verricht binnen de in artikel 6, vierde lid, bepaalde tijdsduur, worden zij uitgeladen en zal de trein niet extra worden opgehouden.
**5.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende bepalingen:
de Verdragsluitende Partijen erkennen in beginsel de douaneverzegelingen van de andere Verdragsluitende Partijen, behoudens de bevoegdheid van elke douane-administratie om haar eigen verzegeling aan te brengen, indien zij zulks noodzakelijk acht;
voorzover niet een eenvoudiger systeem van kracht is, aanvaarden de Verdragsluitende Partijen het bij deze overeenkomst behorende model van een internationale douaneverklaring;
de internationale douaneverklaring wordt in twee talen gedrukt, te weten in de Franse taal en in de taal van het land van verzending; voorzover niet anders is bepaald, wordt deze verklaring voor elk land in tweevoud opgemaakt;
de verklaring wordt door de afzender ingevuld in Latijns schrift en in de taal van het land van verzending of wel in de Franse taal, met dien verstande dat de spoorwegadministratie, zo nodig, voor een vertaling daarvan dient zorg te dragen; en
deze regeling sluit voor de douane- en de spoorwegadministraties, die zulks wenselijk achten, de mogelijkheid niet uit om met betrekking tot vervoer, dat uitsluitend hun eigen landen betreft, het gebruik van andere talen toe te staan.
**6.** Dit model van een internationale douaneverklaring kan worden gewijzigd volgens de vereenvoudigde procedure, bedoeld in artikel 16 van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK III
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Verdrag ter vereenvoudiging van grensformaliteiten vervoer van reizigers en bagage per spoorweg· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 1953