**a.** De ondernemers die in hun eigen Staat bevoegd zijn tot het verrichten van ongeregeld grensoverschrijdend vervoer met autobussen, behoeven voor ongeregeld vervoer naar en door het gebied van de andere Verdragsstaat geen verdere goedkeuring van die Staat. Nieuwe passagiers mogen in de andere Verdragsstaat niet worden opgenomen; voor uitzonderingen is de toestemming van die Staat vereist.
**b.** Bij ritten naar of door het gebied van de andere Verdragsstaat moeten worden meegevoerd een toestemmingsbewijs (Berechtigungsurkunde) of een door de eigen Staat toegelaten ander bewijs dienaangaande, alsmede de lijst genoemd in lid 3; deze bescheiden moeten desverlangd aan de bevoegde controlerende ambtenaren worden getoond.
**c.** De lijst moet bevatten de naam (firmanaam) en de zetel van de ondernemer, aanvangs- en eindpunt van de rit, de met de boeking overeenstemmende reisroute met inbegrip van de grensovergangen, alsmede de namen van de passagiers. Ieder der Overeenkomstsluitende Partijen kan verlangen, dat een exemplaar van deze lijst aan de grenspost van binnenkomst ter afstempeling wordt aangeboden.
Titel I
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Overeenkomst inzake het beroepsvervoer en het eigen vervoer over de weg tussen Nederland en Oostenrijk· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1960