Ondernemers die hun zetel hebben in een der beide Verdragsstaten en die bevoegd zijn tot het vervoeren van goederen, behoeven voor het grensoverschrijdend vervoer van goederen over de weg tussen de eigen Staat en de andere Verdragsstaat, alsmede voor het transitovervoer door de andere Verdragsstaat, in plaats van een in andere gevallen eventueel voorgeschreven vergunning van die Staat, een legitimatiebewijs van hun eigen Staat.
Titel II
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Overeenkomst inzake het beroepsvervoer en het eigen vervoer over de weg tussen Nederland en Oostenrijk· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1960