Aan officieel administratief personeel dat een vertegenwoordiger van een Staat, lid van de Organisatie, vergezelt en dat niet valt onder artikel 11 of 12 zullen gedurende zijn verblijf op het grondgebied van een andere Staat, lid van de Organisatie, voor de uitoefening van zijn functie, de voorrechten en immuniteiten worden toegekend als genoemd in lid 1 (b), (c), (e), (f), (h) en (i) en in lid 2 van artikel 12.
TITEL IV
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Verdrag nopens de rechtspositie van de Westeuropese Unie, van de nationale vertegenwoordigers bij haar organen en van haar internationale staf· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 19 juli 1956