Voorrechten en immuniteiten worden aan functionarissen en deskundigen verleend in het belang van de Organisatie en niet voor het persoonlijk voordeel van de individuele functionarissen en deskundigen. De Secretaris-Generaal, handelend namens de Organisatie, zal niet slechts het recht doch ook de plicht hebben de immuniteit van een functionaris of deskundige, met uitzondering van die bedoeld in artikel 22, op te heffen, telkens wanneer naar zijn oordeel de immuniteit de loop van de gerechtigheid in de weg zou staan en de immuniteit opgeheven kan worden zonder dat schade wordt toegebracht aan de belangen van de Organisatie. Wat de in artikel 22 bedoelde functionarissen betreft berust de beslissing tot opheffing van de immuniteit bij de Raad.
TITEL VI
Artikel 24
Artikel 24
Onderdeel van Verdrag nopens de rechtspositie van de Westeuropese Unie, van de nationale vertegenwoordigers bij haar organen en van haar internationale staf· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 19 juli 1956