Naar hoofdinhoud

TITEL VI

Artikel 25

Artikel 25

Onderdeel van Verdrag nopens de rechtspositie van de Westeuropese Unie, van de nationale vertegenwoordigers bij haar organen en van haar internationale staf· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 19 juli 1956

De bepalingen van de bovenstaande artikelen 20, 22 en 23 zullen geen Staat verplichten enige van de voorrechten of immuniteiten als daarin bedoeld, toe te kennen aan enig persoon die een onderdaan is van die Staat, met uitzondering van: immuniteit van rechtsvervolging met betrekking tot door hem in de uitoefening van zijn officiële functies voor de Organisatie gesproken of geschreven woorden of door hem verrichte handelingen; onschendbaarheid voor alle papieren en stukken welke betrekking hebben op het werk waarmede hij door de Organisatie belast is; faciliteiten met betrekking tot valuta en deviezenrestricties voor zover noodzakelijk voor de doeltreffende uitoefening van zijn functies.

Rechtspraak bij dit artikel