Onderdanen van een Verdragsluitende Partij aan wie door een andere Partij is toegestaan gedurende een bepaalde periode een op winst gerichte activiteit uit te oefenen, mogen, gedurende die periode, niet worden onderworpen aan beperkingen waarin op het ogenblik waarop de machtiging aan hen werd verleend niet was voorzien, tenzij zodanige beperkingen onder gelijke omstandigheden eveneens van toepassing zijn op onderdanen van die andere Partij.
HOOFDSTUK IV
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Europees Vestigingsverdrag· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 21 mei 1969