Naar hoofdinhoud

Artikel II

Vrijstelling van invoerrechten voor monsters en stalen met onbeduidende waarde

Onderdeel van Internationale Overeenkomst om de invoer van handelsmonsters, handelsstalen en reclamemateriaal te vergemakkelijken· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 20 november 1955

1. Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent vrijstelling van invoerrechten voor in haar gebied ingevoerde monsters en stalen van alle soorten goederen, mits dergelijke monsters en stalen een onbeduidende waarde hebben en slechts kunnen dienen tot het opnemen van bestellingen voor in te voeren goederen van de soort, welke de monsters en stalen vertegenwoordigen. Om vast te stellen of de waarde van de monsters en stalen al dan niet onbeduidend is, kunnen de douane-autoriteiten van het gebied van invoer de waarde van ieder monster of staal op zich zelf in aanmerking nemen, of de gezamenlijke waarde van alle monsters en stalen, welke behoren tot een zelfde zending. De waarden van zendingen, welke door een zelfde afzender aan verschillende geadresseerden worden toegezonden, worden niet samengeteld voor de toepassing van dit lid, ook al worden deze zendingen gelijktijdig ingevoerd. 2. De douane-autoriteiten van het gebied van invoer kunnen eisen dat voor het genieten van de vrijstelling van invoerrechten overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, de monsters en stalen als handelsgoederen onbruikbaar worden gemaakt door ze te merken, te scheuren, te doorboren of op enige andere wijze te behandelen, zonder dat deze bewerking echter tot gevolg mag hebben, dat zij hun hoedanigheid van monsters en stalen zouden verliezen.

Rechtspraak bij dit artikel