Naar hoofdinhoud

Artikel III

Toelating van andere monsters en stalen met tijdelijke vrijstelling van invoerrechten

Onderdeel van Internationale Overeenkomst om de invoer van handelsmonsters, handelsstalen en reclamemateriaal te vergemakkelijken· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 20 november 1955

1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de uitdrukking „monsters en stalen” verstaan artikelen, welke een bepaalde categorie reeds vervaardigde goederen vertegenwoordigen of modellen zijn van goederen, waarvan de vervaardiging in het voornemen ligt, mits die artikelen: toebehoren aan een in het buitenland gevestigde persoon en uitsluitend worden ingevoerd met het doel om te worden getoond of te worden gedemonstreerd in het gebied van invoer, ten einde bestellingen op te nemen met betrekking tot goederen, die van uit het buitenland zullen worden verzonden; noch worden verkocht, noch tot hun normale gebruik — behoudens voor demonstratiedoeleinden — worden aangewend, noch worden verhuurd of op enigerlei andere wijze tegen vergoeding worden gebruikt gedurende hun aanwezigheid in het gebied van invoer; bestemd zijn om te zijner tijd weer te worden uitgevoerd; kunnen worden geïdentificeerd ten tijde van de wederuitvoer; met uitsluiting van dezelfde artikelen, ingevoerd door dezelfde persoon of aan dezelfde geadresseerde verzonden in zodanige hoeveelheden, dat, gelet op het totaal daarvan, zij volgens het normale handelsgebruik niet meer beschouwd kunnen worden als monsters en stalen. 2. De aan invoerrechten onderworpen monsters en stalen, welke al dan niet door tussenkomst van een handelsreiziger worden ingevoerd vanuit het gebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij door personen gevestigd in het gebied van enige Overeenkomstsluitende Partij, worden met tijdelijke vrijstelling van invoerrechten toegelaten in het gebied van elk der Overeenkomstsluitende Partijen, tegen zekerheidsstelling in geld voor het bedrag der invoerrechten en andere eventueel te betalen bedragen of tegen een andere vorm van zekerheidsstelling voor de eventuele betaling van deze rechten en bedragen. De zekerheidsstelling in geld (met uitzondering van die, welke zou kunnen worden gevorderd krachtens artikel VI van deze Overeenkomst) mag echter het bedrag der invoerrechten, verhoogd met tien ten honderd, niet te boven gaan. 3. Om te kunnen genieten van de in dit artikel voorziene faciliteiten moeten de betrokken personen zich houden aan de in dit opzicht door de autoriteiten van het gebied van invoer uitgevaardigde wetten en voorschriften en aan de in dat gebied geldende douaneformaliteiten. Ten aanzien van vervoermiddelen en materieel voor industrie en landbouw, waarvan de waarde voor douane-doeleinden 1.000 Amerikaanse dollars (of de tegenwaarde ervan in een andere munteenheid) te boven gaat, kunnen de importeurs verplicht worden de plaats van bestemming van dat materieel of van die vervoermiddelen aan te geven; bovendien kan door de douane-autoriteiten van het land van invoer van de importeurs worden gevorderd, te allen tijde te bewijzen dat dit materieel of deze vervoermiddelen zich op de aangegeven plaatsen bevinden. De douane-autoriteiten van het land van invoer kunnen dit materieel of deze vervoermiddelen verzegelen of op andere wijze verhinderen dat daarvan gebruik wordt gemaakt gedurende de voor de toelating met tijdelijke vrijstelling geldende termijn, en zij kunnen de plaatsen beperken, waar dit materieel of deze vervoermiddelen voor demonstratiedoeleinden mogen worden gebruikt. 4. In het algemeen dienen de douane-autoriteiten van het land van invoer voor de latere vaststelling van de identiteit van de monsters en stalen de herkenningstekenen, welke daaraan door de douane-autoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij zijn aangebracht, als voldoende te beschouwen, mits deze monsters en stalen vergezeld gaan van een door de douane-autoriteiten van deze Overeenkomstsluitende Partij gewaarmerkte lijst, waarin de monsters en stalen zijn omschreven. Aanvullende herkenningstekenen mogen aan de monsters en stalen slechts worden gehecht, indien de douane-autoriteiten van het land van invoer zulks nodig achten ten einde de vaststelling van de identiteit van de monsters en stalen bij de wederuitvoer te waarborgen. De herkenningstekenen mogen niet zodanig worden aangebracht, dat daardoor de monsters en stalen onbruikbaar worden. 5. De termijn vastgesteld voor de wederuitvoer van monsters en stalen, welke voor de bij dit artikel voorziene vrijstelling van invoerrechten in aanmerking komen, mag niet korter zijn dan zes maanden. Na het verstrijken van de voor de wederuitvoer gestelde termijn kunnen de invoerrechten en de andere eventueel te betalen bedragen worden geheven voor de monsters en stalen welke niet weer zijn uitgevoerd. Deze rechten en bedragen kunnen eveneens vóór het verstrijken van die termijn worden geheven voor de monsters en stalen, welke niet langer voldoen aan de in het eerste lid van dit artikel gestelde voorwaarden. 6. Bij wederuitvoer binnen de vastgestelde termijn van monsters en stalen, ingevoerd onder de bij dit artikel voorziene voorwaarden, wordt de krachtens het tweede lid van ditzelfde artikel bij de invoer verstrekte zekerheidsstelling in geld of de in enigerlei andere vorm gestelde zekerheid onverwijld terugbetaald dan wel opgeheven, zulks op elk douanekantoor aan de grens of in het binnenland, dat daartoe gemachtigd is, behoudens eventuele vermindering voor rechten en andere bedragen, verschuldigd voor de monsters en stalen welke niet ten wederuitvoer zijn vertoond. In bepaalde zeer bijzondere omstandigheden kan de zekerheidsstelling in geld echter op andere wijze worden terugbetaald, mits deze restitutie snel plaats vindt. Elke Overeenkomstsluitende Partij zal een lijst publiceren van de douanekantoren, waaraan voormelde machtiging is verleend.

Rechtspraak bij dit artikel