De Japanse Regering kan dezelfde persoon tot lid van twee of meer commissies benoemen, met dien verstande echter dat, indien naar de mening van de Regering van de Geallieerde Mogendheid, het feit dat het Japanse lid deel uitmaakt van een of meer andere commissies het werk van de commissie te zeer vertraagt, de Japanse Regering op verzoek van de Regering van de Geallieerde Mogendheid een nieuw lid zal benoemen. De Regering van een Geallieerde Mogendheid en de Japanse Regering kunnen overeenkomen als derde lid een persoon te benoemen die reeds als derde lid van andere commissies is benoemd, met dien verstande echter dat, indien naar de mening van de Regering van de Geallieerde Mogendheid of van de Japanse Regering het feit dat het derde lid reeds deel uitmaakt van een of meer andere commissies het werk van de commissie te zeer vertraagt, elk van beide partijen kan eisen, dat een nieuw derde lid wordt benoemd in onderling overleg tussen de Regering van de Geallieerde Mogendheid en de Japanse Regering.
Artikel III
Artikel III
Onderdeel van Overeenkomst tot regeling van geschillen voortvloeiende uit de toepassing van de bepalingen van artikel 15, lid a, van het Vredesverdrag met Japan· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 september 1953