Indien de Japanse Regering of de Regering van de Geallieerde Mogendheid nalaat binnen dertig dagen na het in artikel II bedoelde verzoek een lid te benoemen, of indien de beide Regeringen niet binnen negentig dagen na het in artikel II bedoelde verzoek tot overeenstemming zijn gekomen omtrent de benoeming van een derde lid, kan in het eerste geval de Regering welke reeds een lid heeft benoemd, en in het tweede geval hetzij de Regering van de Geallieerde Mogendheid hetzij de Japanse Regering de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken een zodanig lid of zodanige leden aan te wijzen. Iedere opengevallen plaats in een commissie wordt vervuld op de wijze bepaald in de artikelen II en III.
Artikel IV
Artikel IV
Onderdeel van Overeenkomst tot regeling van geschillen voortvloeiende uit de toepassing van de bepalingen van artikel 15, lid a, van het Vredesverdrag met Japan· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 september 1953