**1.** De bevoegde autoriteit van elke Verdragsluitende Partij verstrekt aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau, op zijn laatst op de datum waarop dit Akkoord voor de betrokken partij in werking treedt, inlichtingen betreffende:
de „bevoegde autoriteit (en)”, bedoeld in artikel 1, alinea d), van het Verdrag;
de „bevoegde organen”, bedoeld in artikel 1, alinea f), van het Verdrag;
de „organen van de verblijfplaats”, bedoeld in artikel 1, alinea g), van het Verdrag;
het (de) „verbindingsorga(a)n(en)”, aangegeven krachtens artikel 1, lid 1, van dit Akkoord.
**2.** De bevoegde autoriteit van elke Verdragsluitende Partij brengt in.de krachtens de bepalingen van het vorige lid verstrekte inlichtingen de wijzigingen aan, welke wat zijn eigen land betreft noodzakelijk zouden kunnen worden; zij deelt deze wijzigingen, alsmede de datum waarop zij in werking treden, mede aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau. De wijzigingen, welke voortvloeien uit het aannemen van een nieuwe wettelijke regeling, worden aan hem medegedeeld binnen drie maanden na de bekendmaking van die wettelijke regeling.
**3.** De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau maakt de inlichtingen en de eventuele krachtens de bepalingen van de voorgaande leden van dit artikel door de bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Partij medegedeelde wijzigingen bekend aan de bevoegde autoriteiten van de andere Verdragsluitende Partijen.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Akkoord ter uitvoering van het Europees Verdrag van 9 juli 1956 betreffende de sociale zekerheid van arbeiders werkzaam bij het internationaal vervoer· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1960