Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Niet onder deze Overeenkomst vallende vorderingen

Onderdeel van Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1958

(1). De behandeling van regeringsvorderingen tegen Duitsland, welke uit de eerste wereldoorlog voortvloeien, wordt tot een definitieve algemene regeling van deze aangelegenheid uitgesteld. (2). De behandeling van uit de tweede wereldoorlog voortvloeiende vorderingen van landen, die in staat van oorlog met Duitsland hebben verkeerd of gedurende de oorlog door Duitsland bezet zijn geweest, en van onderdanen van deze landen tegen het Duitse Rijk en tegen namens het Duitse Rijk optredende instanties en personen, met inbegrip van de kosten van de Duitse bezetting, de gedurende de bezetting op clearingrekeningen verworven tegoeden en de vorderingen tegen de „Reichskreditkassen”, wordt tot de definitieve regeling van het vraagstuk der herstelbetalingen uitgesteld. (3). De behandeling van gedurende de tweede wereldoorlog ontstane vorderingen van landen, die niet in staat van oorlog met Duitsland hebben verkeerd en niet gedurende de oorlog door Duitsland bezet zijn geweest, en van onderdanen van deze landen tegen het Duitse Rijk en tegen namens het Duitse Rijk optredende instanties en personen, met inbegrip van op clearingrekeningen verworven tegoeden, wordt uitgesteld tot de regeling van deze vorderingen in samenhang met de regeling van de in lid (2) van dit Artikel bedoelde vorderingen kan worden behandeld (behalve voorzover deze vorderingen op grond van of in verband met overeenkomsten, welke door de Regeringen van de Franse Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika en door de Regering van het betreffende land zijn ondertekend, worden geregeld). (4). Vorderingen tegen Duitsland of Duitse onderdanen van landen, welke voor 1 September 1939 bij het Duitse Rijk ingelijfd of op of na 1 September 1939 met het Duitse Rijk verbonden waren, en van onderdanen van deze landen uit hoofde van verplichtingen of rechten, welke tussen het tijdstip van inlijving (of voor landen, welke met het Duitse Rijk verbonden waren, 1 September 1939) en 8 Mei 1945 zijn ontstaan, worden behandeld in overeenstemming met de bepalingen, welke in de desbetreffende verdragen zijn of worden opgenomen. Voorzover dergelijke schulden volgens deze verdragen kunnen worden geregeld, zijn de bepalingen van deze Overeenkomst van toepassing. (5). De regeling van de schulden van de stad Berlijn en van de aan Berlijn toebehorende of onder het toezicht van Berlijn staande in Berlijn gelegen openbare verzorgingsbedrijven wordt uitgesteld tot een tijdstip, waarop onderhandelingen over de regeling van deze schulden door de Regeringen van de Franse Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika en door de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Senaat van de stad Berlijn mogelijk worden geacht.

Rechtspraak bij dit artikel