Nederlandse en Italiaanse onderdanen die in Italië wonen en die aan de in artikel 2, onder a) tot en met c) genoemde voorwaarden voldoen, ontvangen, wanneer zij de 65-jarige leeftijd hebben bereikt of op het tijdstip, waarop zij na het bereiken van die leeftijd aan de in artikel 2, onder a) en b) genoemde voorwaarden voldoen, een ouderdomsuitkering overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 6.
Artikel 3
Artikel 3
Deze tekst geldt sinds 19 december 1956