Naar hoofdinhoud
Iedere onderdaan, bedoeld in het vorige artikel, ontvangt voor elke 45 weekpremiën, welke voor hem vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd zijn betaald voor de in artikel 2, onder a), bedoelde uitkeringen, een uitkering van f 51,- per jaar, indien hij krachtens de Nederlandse wet van 24 mei 1947 wordt beschouwd als een gehuwde man, en van f 34,- per jaar, indien hij wordt beschouwd als een ongehuwde; hierbij gelden vier dagpremiën voor één weekpremie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel