Naar hoofdinhoud
1. Elke Staat kan ten tijde van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding of te eniger tijd daarna door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving verklaren, dat dit Protocol van toepassing zal zijn ten aanzien van alle of een deel van de gebieden, welker internationale betrekkingen hij behartigt. Het Protocol zal van toepassing zijn ten aanzien van de in de kennisgeving genoemde gebieden met ingang van de negentigste dag na ontvangst van die kennisgeving door de Secretaris-Generaal, indien de kennisgeving is gedaan zonder voorbehoud, of met ingang van de negentigste dag nadat de kennisgeving ingevolge artikel 14 van kracht zal zijn geworden, dan wel op de datum waarop het Protocol ten aanzien van de desbetreffende Staat in werking treedt, zijnde de laatste van deze tijdstippen beslissend. 2. Elke Staat die overeenkomstig het voorgaande lid een verklaring heeft afgelegd waardoor dit Protocol van toepassing wordt ten aanzien van een gebied welks internationale betrekkingen hij behartigt, kan het Protocol overeenkomstig de bepalingen van artikel 11 met betrekking tot dit gebied afzonderlijk opzeggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel