Naar hoofdinhoud
1. Een voorbehoud met betrekking tot dit Protocol, gemaakt vóór de ondertekening van de Slotakte, wordt toegelaten indien het door de Conferentie bij meerderheid van stemmen is aanvaard en in de Slotakte is neergelegd. 2. Een voorbehoud met betrekking tot dit Protocol, gemaakt na de ondertekening van de Slotakte, wordt niet toegelaten indien een derde van de ondertekenende of Overeenkomstsluitende Staten daartegen met inachtneming van de hiernavolgende bepalingen bezwaar maakt. 3. De tekst van ieder voorbehoud, dat door een Staat bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties wordt ingediend bij de ondertekening, bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding of bij enige kennisgeving als bedoeld in artikel 13, zal door de Secretaris-Generaal ter kennis worden gebracht van alle Staten die het Protocol hebben ondertekend of bekrachtigd of die tot het Protocol zijn toegetreden. Het voorbehoud zal niet worden aanvaard indien binnen negentig dagen na de datum van kennisgeving een derde van deze Staten daartegen bezwaar maakt. De Secretaris-Generaal zal alle in dit lid bedoelde Staten in kennis stellen van elk bezwaar dat hem zal worden medegedeeld, alsmede van de aanvaarding of de verwerping van het voorbehoud. 4. Elk bezwaar, gemaakt door een Staat die het Protocol heeft ondertekend maar nog niet heeft bekrachtigd, zal ophouden van kracht te zijn indien deze Staat het Protocol niet binnen negen maanden na de datum van indiening van dat bezwaar zal hebben bekrachtigd. Indien het feit dat een bezwaar niet langer van kracht is, tot gevolg heeft dat het voorbehoud met toepassing van het vorige lid wordt aanvaard, zal de Secretaris-Generaal de in dat lid bedoelde Staten daarvan in kennis stellen. Niettegenstaande de bepalingen van het vorige lid zal de tekst van een voorbehoud niet ter kennis worden gebracht van een Staat, die het Protocol heeft ondertekend maar niet binnen drie jaren na de datum van ondertekening heeft bekrachtigd. 5. De Staat die het voorbehoud indient, zal dat voorbehoud kunnen intrekken binnen twaalf maanden na de datum van de in lid 3 bedoelde kennisgeving van de Secretaris-Generaal, inhoudende dat het voorbehoud overeenkomstig de bepalingen van dat lid is verworpen. In dat geval zal de akte van bekrachtiging of van toetreding of, in voorkomend geval, de in artikel 13 bedoelde kennisgeving ook voor die Staat van kracht worden met ingang van de datum van intrekking. In afwachting van een zodanige intrekking zal de akte of, in voorkomend geval, de kennisgeving niet van kracht zijn, tenzij het voorbehoud met toepassing van de bepalingen van lid 4 later is aanvaard. 6. Een voorbehoud dat overeenkomstig dit artikel is aanvaard, kan te allen tijde worden ingetrokken door een daartoe strekkende, aan de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving. 7. De Overeenkomstsluitende Staten zijn niet verplicht aan een Staat die een voorbehoud heeft gemaakt de voorrechten toe te kennen, welke voortvloeien uit de bepalingen van het Protocol ten aanzien waarvan het voorbehoud is gemaakt. Elke Staat die van deze bevoegdheid gebruik maakt, dient de Secretaris-Generaal daarvan in kennis te stellen, en deze zal hiervan mededeling doen aan de ondertekenende en Overeenkomstsluitende Staten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel