Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden voor overbrenging

Onderdeel van Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Peru· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2014

De gevonniste persoon kan, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, slechts onder de navolgende voorwaarden worden overgebracht: indien hij onderdaan is van de ontvangende Staat; indien het vonnis onherroepelijk en voor tenuitvoerlegging vatbaar is; indien op het tijdstip van ontvangst van het verzoek om overbrenging, nog ten minste zes maanden van de veroordeling moet worden ondergaan, behoudens bijzondere gevallen; indien het handelen of nalaten op grond waarvan de veroordeling werd uitgesproken een strafbaar feit oplevert naar het recht van de ontvangende Staat of een strafbaar feit zou opleveren indien dit op zijn grondgebied zou zijn gepleegd; indien hij niet uitsluitend wegens militaire delicten is veroordeeld; indien hij instemt met de overbrenging; indien hij de bij vonnis opgelegde boete en schadeloosstelling heeft betaald aan het slachtoffer, uitgezonderd in gevallen waarin de gevonniste persoon aantoont volledig minvermogend te zijn; en indien de overbrengende en ontvangende Staat instemmen met de overbrenging.

Rechtspraak bij dit artikel