**1.** Een gevonniste persoon op wie dit Verdrag mogelijk van toepassing is, dient door de overbrengende Staat van de strekking van dit Verdrag in kennis te worden gesteld.
**2.** Indien de gevonniste persoon zijn wens tot overbrenging ingevolge dit Verdrag aan de overbrengende Staat kenbaar heeft gemaakt, dient die Staat de ontvangende Staat zo spoedig mogelijk, nadat het vonnis onherroepelijk en voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, daarvan in kennis te stellen.
**3.** De kennisgeving dient de navolgende inlichtingen te omvatten:
de naam, geboortedatum en -plaats van de gevonniste persoon;
zijn eventuele adres in de ontvangende Staat;
een opgave van de feiten die aan de veroordeling ten grondslag liggen;
de aard, duur en aanvangsdatum van de veroordeling; en
alle aanvullende inlichtingen waarom de ontvangende Staat mogelijk verzoekt en, in ieder geval, inlichtingen die het hem mogelijk maken de mogelijkheid van overbrenging in overweging te nemen en de gevonniste persoon en de overbrengende Staat te informeren over de gevolgen van de overbrenging van de gevonniste persoon ingevolge zijn recht.
**4.** Indien de gevonniste persoon zijn wens tot overbrenging ingevolge dit Verdrag aan de ontvangende Staat kenbaar heeft gemaakt, doet de overbrengende Staat desgevraagd die Staat de in het derde lid bedoelde inlichtingen toekomen.
**5.** De gevonniste persoon dient van elke door de overbrengende Staat of door de ontvangende Staat ingevolge de vorenstaande leden getroffen maatregel schriftelijk in kennis te worden gesteld, alsmede van elke door een van beide Staten op een verzoek tot overbrenging genomen beslissing.
Artikel 4
Verplichting tot het verstrekken van inlichtingen
Onderdeel van Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Peru· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2014