**1.** Het verzoek om terugname van een eigen onderdaan of staatsburger kan op ieder ogenblik door de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij worden ingediend, wanneer is vastgesteld dat de betrokkene niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de verzoekende Partij.
**2.** Het verzoek om overname van een onderdaan van een derde Staat moet door de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij worden ingediend binnen een termijn van ten hoogste één jaar nadat de verzoekende Partij kennis heeft gekregen van het feit dat deze persoon niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de verzoekende Partij. Indien er juridische of feitelijke belemmeringen zijn waardoor het verzoek niet tijdig kan worden ingediend, wordt de termijn, op verzoek, verlengd doch uiterlijk totdat de belemmeringen zijn opgeheven.
**3.** Een verzoek om terug- of overname moet onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van 28 kalenderdagen worden beantwoord en de afwijzing van een verzoek om terug- of overname moet worden gemotiveerd. Deze termijn begint te lopen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek om terug- of overname. Wanneer niet binnen deze termijn wordt geantwoord, wordt aangenomen dat met de overdracht wordt ingestemd.
**4.** De resultaten van een onderzoek in het bevolkingsregister overeenkomstig artikel 5, lid (3) moeten onverwijld en in elk geval binnen 7 kalenderdagen dagen2)[Red: Redactie Tractatenblad: hier dient het woord „dagen” niet gelezen te worden.]vanaf de datum van het verzoek aan de verzoekende Partij worden verstrekt.
**5.** Nadat de instemming is gegeven of, in voorkomend geval, nadat de termijn van 28 kalenderdagen is verstreken, draagt de verzoekende Partij de persoon met wiens terug- of overname werd ingestemd onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van drie maanden over. Deze termijn kan op verzoek worden verlengd met de tijd die nodig is om de juridische of praktische belemmeringen op te heffen.
**6.** Op verzoek van de verzoekende Partij verstrekt de aangezochte Partij op naam van de over te dragen persoon onverwijld, doch uiterlijk binnen drie werkdagen, de voor zijn terugkeer noodzakelijke reisdocumenten met een geldigheidsduur van drie maanden. Kan de aangezochte Partij het gevraagde reisdocument niet binnen drie werkdagen na de datum van ontvangst van het verzoek verstrekken, dan wordt aangenomen dat zij instemt met het gebruik van een door de verzoekende Partij verstrekt reisdocument. Indien de betrokkene om juridische of feitelijke redenen niet binnen de geldigheidstermijn van het oorspronkelijk afgegeven reisdocument kan worden overgedragen dan verstrekt de aangezochte Partij binnen drie werkdagen een nieuw reisdocument met dezelfde geldigheidsduur.
Artikel 7
Termijnen
Deze tekst geldt sinds 1 april 2014