Indien een onderdaan van een van beide landen een wezenrente aanvraagt ingevolge de wettelijke regeling van beide landen op grond van het bepaalde bij Titel III van het Verdrag, zijn
indien de vader van het betrokken kind slechts verzekerd was ingevolge de wettelijke regeling van het ene land en de moeder van het kind slechts verzekerd was ingevolge de wettelijke regeling van het andere land, de verzekeringstijdvakken en de gelijkgestelde tijdvakken, welke in aanmerking worden genomen voor de berekening van het bedrag van een zodanige rente, welke ingevolge de wettelijke regeling van ieder land op grond van het bepaalde bij lid 3, onder b, van artikel 19 van het Verdrag betaalbaar is, de door hen vervulde tijdvakken;
indien of de vader of de moeder van het kind verzekerd was ingevolge de wettelijke regeling van beide landen, de verzekeringstijdvakken en de gelijkgestelde tijdvakken, welke in aanmerking worden genomen voor de toepassing van artikel 19 van het Verdrag, de tijdvakken, welke voor de aanvrager het voordeligst zijn.
TITEL V
Artikel 12
Artikel 12
Deze tekst geldt sinds 12 juni 1956