**1.** Indien een onderdaan van een van de beide landen, die verzekerd is geweest ingevolge de wettelijke regeling van het ene land, aanspraak maakt op ziekengeld-, moederschaps- of werkloosheidsuitkering ingevolge de wettelijke regeling van het andere land, zendt het orgaan van eerstgenoemd land, op verzoek, aan het orgaan van laatstgenoemd land een verklaring welke die inlichtingen bevat, welke dit orgaan nodig mocht hebben.
**2.** Indien een persoon, op wie het bepaalde bij artikel 15 van het Verdrag van toepassing is, werkloos wordt in het ene land en voornemens is naar het andere land terug te keren, reikt het orgaan van eerstgenoemd land hem op zijn verzoek een verklaring uit, welke de inlichtingen bevat, welke het orgaan van laatstgenoemd land nodig heeft teneinde een beslissing te kunnen nemen ten aanzien van door hem krachtens de wettelijke regeling van dat land gemaakte aanspraken op werkloosheidsuitkering.
**3.** Voor de toepassing van het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel is het bevoegd orgaan in Nederland het Gemeenschappelijk Administratiekantoor te Amsterdam.
TITEL III
Artikel 4
Artikel 4
Deze tekst geldt sinds 12 juni 1956