Indien een onderdaan van een van beide landen, die in het ene land verblijft, aanspraak maakt op een uitkering, of een verhoging van een uitkering, of beroep instelt tegen een beslissing, gegeven krachtens de wettelijke regeling van het andere land, zal het orgaan van eerstgenoemd land, op verzoek van het orgaan van laatstgenoemd land, de onderdaan of, indien nodig, zijn nagelaten betrekkingen of de indirect verzekerde geneeskundig doen onderzoeken dan wel zodanige inlichtingen laten inwinnen als het noodzakelijk acht en aan het orgaan van laatstgenoemd land een verslag van bedoeld onderzoek zenden en de inlichtingen verstrekken, welke dat orgaan nodig heeft, teneinde een beslissing te kunnen nemen ten aanzien van de aanspraken van de onderdaan op uitkering of ten aanzien van zijn beroep, al naar het geval zich voordoet. De kosten van een dergelijk onderzoek en het inwinnen van dergelijke inlichtingen worden gedragen door het orgaan, dat het onderzoek of het inwinnen van dergelijke inlichtingen op zich neemt.
TITEL II
Artikel 3
Artikel 3
Deze tekst geldt sinds 12 juni 1956