Naar hoofdinhoud
1. Indien een orgaan van een van de beide landen een overeenkomstig het bepaalde bij het vorige artikel ingediende aanvraag om uitkering ontvangt, beslist het op de aanvraag overeenkomstig het bepaalde bij het Tweede Hoofdstuk van Titel III van het Verdrag. Tot dit doel zendt het bevoegde orgaan van het andere land, op verzoek, aan eerstgenoemd orgaan een formulier, waarop het voor de verzekerde aangetekend premiebedrag is aangegeven en dat voorts die inlichtingen bevat, welke dat orgaan nodig mocht hebben. Dat orgaan geeft te zijner tijd het andere orgaan kennis van zijn ten aanzien van de aanvraag genomen beslissing. 2. Indien aan het orgaan van het land, waar de aanvrager woont, blijkt, dat de gevraagde uitkering niet ingevolge de wettelijke regeling van dat land kan worden uitbetaald, bevestigt het, voor zover mogelijk, de rechtsgeldigheid van de aanvraag en van alle door de aanvrager ter staving van de aanvraag overgelegde bescheiden, en zendt het aan het orgaan van het andere land een gewaarmerkt afschrift van de aanvraag en van de ter staving van de aanvraag overgelegde bescheiden, vergezeld van een formulier, waaruit blijkt, welk premiebedrag voor de verzekerde is aangetekend en waarop wordt vermeld, om welke reden blijkt, dat geen uitkering kan worden betaald ingevolge de wettelijke regeling van eerstgenoemd land en waarop voorts die inlichtingen worden verstrekt, welke dat orgaan nodig mocht hebben. 3. Na ontvangst van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde bescheiden beslist het orgaan van het andere land omtrent de aanvraag overeenkomstig het bepaalde bij Hoofdstuk 2 van Titel III van het Verdrag en geeft het het orgaan van het land, waar de aanvrager woont, kennis van zijn beslissing. 4. Het orgaan van het land, waar de aanvrager woont, stelt hem in kennis van de beslissingen van beide organen en licht hem in omtrent zijn recht op beroep ingevolge de wettelijke regeling van beide landen. 5. Voor de toepassing van deze Titel van het Akkoord is het bevoegde orgaan in Nederland de Rijksverzekeringsbank te Amsterdam.

Rechtspraak bij dit artikel