Naar hoofdinhoud
1. Motorrijtuigen en aanhangwagens van motorrijtuigen van een krijgsmacht of een civiele dienst, van leden van een krijgsmacht of een civiele dienst of van gezinsleden kunnen door de autoriteiten van die krijgsmacht worden geregistreerd en toegelaten. Met inachtneming van de in het kader van internationale overeenkomsten toepasselijke voorschriften geldt hetzelfde ten aanzien van vaartuigen van een krijgsmacht. Luchtvaartuigen van een krijgsmacht of een civiele dienst, van leden van een krijgsmacht of een civiele dienst, of van gezinsleden worden door de autoriteiten van de staat van herkomst geregistreerd en toegelaten in overeenstemming met de toepasselijke internationale voorschriften. 1bis. In afzonderlijke gevallen kunnen de bevoegde Duitse autoriteiten tevens Duitse kentekens toestaan voor bepaalde voertuigen. Artikel 11, eerste lid, van deze Overeenkomst blijft onverminderd van toepassing. In de in de eerste volzin van het tweede lid van artikel 11 bedoelde gevallen moet de garantie van de verzekeraar of de combinatie van verzekeraars zich ook uitstrekken tot schade ontstaan in staten of gebieden die motorrijtuigen met een Duits kenteken kunnen binnenrijden zonder controle van het verzekeringsbewijs (schadegevallen in de zin van artikel 2, tweede lid, van Richtlijn 72/166/EEG van 24 april 1972, zoals gewijzigd). Er wordt een bijzonder bewijs afgegeven of een aantekening geplaatst op het kentekenbewijs betreffende het recht een Duits kenteken te voeren. Nadere bijzonderheden worden overeengekomen tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht. 1ter. De Duitse autoriteiten kunnen eisen dat de registratie in overeenstemming met de leden 1 en 1bis van dit artikel door de autoriteiten van de krijgsmacht wordt medegedeeld aan de bevoegde Duitse autoriteiten voor hun administratie. Nadere bijzonderheden, met name welke registratiegegevens dienen te worden medegedeeld, worden overeengekomen tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht. 1quater. Motorrijtuigen en aanhangwagens die ingevolge het eerste lid van dit artikel zijn geregistreerd en toegelaten, of worden gebruikt door een krijgsmacht op het grondgebied van de Bondsrepubliek, dienen regelmatig een technische keuring te ondergaan. De Duitse autoriteiten kunnen eisen dat Duitse inspecteurs nagaan of de keuringsstations of werkplaatsen van de Staten van herkomst waarin particuliere motorrijtuigen en aanhangwagens technisch worden gekeurd, geschikt zijn voor het verrichten van die keuringen. Daarnaast kunnen zij daar die motorrijtuigen inspecteren op hun verkeersveiligheid. Deze bepalingen doen geen afbreuk aan de mogelijkheid om motorrijtuigen te doen onderzoeken of keuren in Duitse testinrichtingen in overeenstemming met de Duitse voorschriften. 2. Particuliere motorrijtuigen en aanhangwagens daarvan worden door de autoriteiten van een krijgsmacht slechts geregistreerd en toegelaten, indien ze in overeenstemming met artikel 11 van deze Overeenkomst zijn verzekerd tegen aansprakelijkheid. Deze registratie en toelating wordt door hen ingetrokken of ongeldig verklaard wanneer deze verzekering eindigt. 3. Motorrijtuigen, aanhangwagens, vaartuigen en luchtvaartuigen die overeenkomstig het eerste lid van dit artikel zijn geregistreerd en toegelaten of die worden gebruikt door een krijgsmacht op het grondgebied van de Bondsrepubliek, voeren behalve een registratienummer of een ander passend herkenningsteken een duidelijk nationaliteits kenteken. Herkenningstekens op particuliere motorrijtuigen en aanhangwagens moeten duidelijk verschillen van die welke gebruikt worden op dienstvoertuigen en -aanhangwagens. De autoriteiten van een krijgsmacht lichten de Duitse autoriteiten in omtrent het systeem van kentekens dat wordt gebruikt voor de door hen geregistreerde en toegelaten motorrijtuigen, aanhangwagens en vaartuigen. Op een met redenen omkleed verzoek van de Duitse autoriteiten verstrekken de autoriteiten van de krijgsmacht in individuele gevallen de namen en adressen van de personen op wier naam particuliere motorrijtuigen, aanhangwagens of lucht vaartuigen zijn geregistreerd en toegelaten in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel. 4. Het kentekenbewijs van een particulier motorrijtuig of een particuliere aanhangwagen vermeldt het registratienummer, de naam of het handelsmerk van de fabrikant, het fabrieks- of serienummer, de datum van de eerste registratie op het grondgebied van de Bondsrepubliek en de naam en voornamen van de houder. Het bewijs dient te zijn voorzien van een Duitse vertaling. Het bewijs van inschrijving van een particulier luchtvaartuig dient te worden gebaseerd op de Normen en Aanbevolen Werkwijzen van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. Andere dan dienst-binnenvaartuigen van een krijgsmacht met een waterverplaatsing van vijftien ton of meer voeren aan boord een bewijs van deugdelijkheid, dat kan worden afgegeven door de autoriteiten van de krijgsmacht. 5. De autoriteiten van een krijgsmacht nemen passende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot motorrijtuigen, aanhangwagens, vaartuigen en luchtvaartuigen die door hen zijn geregistreerd en toegelaten of in gebruik zijn bij de krijgsmacht op het gebied van de Bondsrepubliek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel