**1.** Een bewijs of andere machtiging, afgegeven door een autoriteit van een Staat van herkomst aan een lid van een krijgsmacht of van een civiele dienst, op grond waarvan de houder bevoegd is dienstvoertuigen, -vaartuigen of -luchtvaartuigen te besturen, is geldig voor die voertuigen, vaartuigen of luchtvaartuigen binnen het grondgebied van de Bondsrepubliek. Rijbewijzen voor dienstvoertuigen machtigen ook, voor zover zulks volgens het recht van de Staat van herkomst is toegestaan, tot het besturen van overeenkomstige particuliere voertuigen. De autoriteiten van de Staat van herkomst of van zijn krijgsmacht zijn bevoegd op grond van bedoelde rijbewijzen ook rijbewijzen voor het besturen van overeenkomstige particuliere voertuigen af te geven.
**2.** De houder van een rijbewijs, afgegeven in een staat van herkomst, op grond waarvan de houder bevoegd is particuliere motorvoertuigen in die staat te besturen, is bevoegd tot het besturen van zodanige voertuigen op het grondgebied van de Bondsrepubliek, indien hij lid is van een krijgsmacht of een civiele dienst, of een gezinslid is. De Duitse voorschriften betreffende de geldigheidsduur van een zodanig rijbewijs op het grondgebied van de Bondsrepubliek en de ongeldigverklaring ervan door een Duitse administratieve autoriteit zijn niet van toepassing, indien de houder in het bezit is van een verklaring, afgegeven door een autoriteit van de krijgsmacht, waaruit blijkt dat hij lid is van de krijgsmacht of de civiele dienst dan wel een gezinslid is en dat hij voldoende kennis bezit van de Duitse verkeersvoorschriften. Deze verklaring wordt voorzien van een Duitse vertaling.
**3.** Een lid van een krijgsmacht of van een civiele dienst of een gezinslid kan, met toestemming van de autoriteiten van een krijgsmacht, een Duits rijbewijs aanvragen op grond waarvan de houder bevoegd is particuliere motorrijtuigen te besturen. Deze rijbewijzen worden afgegeven door de bevoegde Duitse autoriteiten in overeenstemming met de van toepassing zijnde Duitse voorschriften.
De rijlessen van personen die op grond van dit lid een rijbewijs wensen te behalen, kunnen plaatsvinden in door de krijgsmacht geëxploiteerde rijscholen, mits de instructeurs van die scholen beschikken over een vakbekwaamheid die in overeenstemming is met de voorschriften van de betrokken Staat van herkomst. De instructeurs dienen in het bezit te zijn van een door de autoriteiten van de krijgsmacht afgegeven getuigschrift, voorzien van een Duitse vertaling, dat hen machtigt leerling-bestuurders les te geven; zij dienen dit getuigschrift tijdens de lessen bij zich te dragen. Personen die niet zijn opgeleid tot rij-instructeur, mogen niet in die hoedanigheid worden aangesteld in een rijschool van de krijgsmacht.
De inhoud van de theoretische en praktische rijexamens van personen die op grond van dit lid een rijbewijs wensen te behalen, wordt door de Duitse autoriteiten vastgesteld in overleg met de autoriteiten van de krijgsmacht. De Duitse autoriteiten hebben het recht, in overleg met de autoriteiten van de krijgsmacht, zich ervan te vergewissen dat de examens naar behoren verlopen.
Personen die op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst van 18 maart 1993 tot wijziging van deze Overeenkomst zijn begonnen met rijlessen in overeenstemming met artikel 9, derde lid, in de tot die datum van kracht zijnde versie, of die na beëindiging van de rijopleiding nog geen rijexamen hadden afgelegd, kunnen nog in overeenstemming met de oude bepalingen worden opgeleid en geëxamineerd; aan hen kunnen rijbewijzen worden afgegeven in overeenstemming met de oude bepalingen.
**4.** Een burgervliegbrevet, afgegeven door de autoriteiten van een staat van herkomst aan een lid van een krijgsmacht of van een civiele dienst of aan een gezinslid, machtigt de houder binnen de Bondsrepubliek particuliere luchtvaartuigen te besturen indien dit brevet beantwoordt aan de Normen en Aanbevolen Werkwijzen van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.
**5.** De autoriteiten van een krijgsmacht zien erop toe dat personen die dienstvaartuigen besturen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, bij het bevaren van binnenwateren voldoende kennis bezitten van het te bevaren traject en van de terzake geldende rivierpolitiereglementen.
Tot het besturen van andere dan niet-militaire binnenvaartuigen van de krijgsmacht machtigen slechts bewijzen van bekwaamheid die zijn afgegeven door de bevoegde Duitse civiele autoriteit op grond van de in de Bondsrepubliek geldende voorschriften. De in het kader van internationale overeenkomsten toepasselijke voorschriften blijven onverminderd van kracht.
**6.** De autoriteiten van een krijgsmacht trekken rijbewijzen die op het grondgebied van de Bondsrepubliek geldig zijn ingevolge het eerste lid van dit artikel, of getuigschriften bedoeld in het tweede lid van dit artikel, in, indien er gerede twijfel bestaat aangaande de betrouwbaarheid of de geschiktheid van de houder voor het besturen van een motorvoertuig. Zij nemen verzoeken van de Duitse autoriteiten om intrekking van zulke rijbewijzen of bewijzen in welwillende overweging. Rijbewijzen of bewijzen kunnen opnieuw worden afgegeven wegens dringende militaire redenen of om de houder in de gelegenheid te stellen het grondgebied van de Bondsrepubliek te verlaten. De autoriteiten van een krijgsmacht stellen de Duitse autoriteiten in kennis van iedere intrekking op grond van deze alinea en van ieder geval waarin na een zodanige intrekking een rijbewijs of bewijs opnieuw is afgegeven.
In de gevallen waarin Duitse rechtbanken rechtsmacht uitoefenen in overeenstemming met artikel VII van het NAVO Status Verdrag en de artikelen 17, 18 en 19 van deze Overeenkomst blijven de bepalingen van de Duitse strafwetgeving inzake de ontzegging van de rijbevoegdheid van toepassing met betrekking tot rijbewijzen bedoeld in de tweede volzin van het eerste lid van dit artikel, voor zover deze het recht om particuliere motorvoertuigen te besturen betreffen, en met betrekking tot rijbewijzen bedoeld in de derde volzin van het eerste lid en in het tweede lid van dit artikel. Van de ontzegging van de rijbevoegdheid wordt melding gemaakt in het rijbewijs, dat in het bezit van de houder wordt gelaten.
De letters a en b zijn van overeenkomstige toepassing op rijbewijzen die zijn afgegeven ingevolge het derde lid van dit artikel in de versie die van kracht was tot de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst van 18 maart 1993 tot wijziging van deze Overeenkomst.
**7.** Het zesde lid, letter a, van dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de in het vierde lid bedoelde vliegbrevetten.
Op verzoek van de Duitse autoriteiten treffen de autoriteiten van de krijgsmacht de nodige maatregelen tegen houders van vliegbrevetten welke ingevolge het eerste lid van dit artikel geldig zijn op het grondgebied van de Bondsrepubliek die de luchtverkeersvoorschriften niet in acht hebben genomen.
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noordatlantische Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 29 maart 1998