Naar hoofdinhoud
1. Op verzoek van een staat van herkomst doet de Bondsrepubliek in het kader van artikel VII, derde lid onder c van het NAVO-Status Verdrag ten gunste van die staat afstand van het ingevolge het derde lid onder b van genoemd artikel aan de Duitse autoriteiten toegekende recht om in gevallen van samenloop van rechtsmacht bij voorrang rechtsmacht uit te oefenen, en wel overeenkomstig het tweede, derde, vierde en zevende lid van dit artikel. Het doen van afstand ingevolge dit lid heeft geen betrekking op gevallen waarvan kennisgeving is gedaan overeenkomstig artikel 18A, eerste lid, van deze Overeenkomst. 2. Onder voorbehoud van eventuele bijzondere regelingen, getroffen krachtens het zevende lid van dit artikel, stellen de militaire autoriteiten van een staat van herkomst de bevoegde Duitse autoriteiten in kennis van iedere afzonderlijke zaak die onder de afstand van rechtsmacht als bedoeld in het eerste lid valt. Onverminderd andere kennisgevingsverplichtingen ingevolge het NAVO-Status Verdrag of deze Overeenkomst, stellen de militaire autoriteiten van de Staat van herkomst de bevoegde Duitse autoriteiten in kennis wanneer zij voornemens zijn gebruik te maken van hun recht van voorrang bij de uitoefening van rechtsmacht, verleend ingevolge artikel VII, derde lid, letter a, van het NAVO-Status Verdrag, ten aanzien van afzonderlijke delicten als bedoeld in het tweede lid, letter a, van de op dit artikel betrekking hebbende paragraaf in het Protocol van Ondertekening. 3. Indien de bevoegde Duitse autoriteiten van oordeel zijn dat belangen van de Duitse rechtspleging de uitoefening van rechtsmacht door de Duitse autoriteiten gebieden, kunnen zij de afstand van rechtsmacht, gedaan ingevolge het eerste lid van dit artikel, herroepen door een verklaring die zij aan de militaire of civiele autoriteiten overleggen binnen eenentwintig dagen na ontvangst van de kennisgeving bedoeld in het tweede lid van dit artikel, dan wel binnen een kortere termijn die bij een eventueel in het kader van het zevende lid getroffen regeling kan worden vastgesteld. De Duitse autoriteiten kunnen deze verklaring ook vóór de ontvangst van bedoelde kennisgeving afgeven. 4. Indien de bevoegde Duitse autoriteiten op grond van het derde lid van dit artikel de afstand van rechtsmacht in een bepaalde zaak hebben herroepen en besprekingen tussen de betrokken autoriteiten niet tot overeenstemming leiden, kan de diplomatieke vertegenwoordiging van de betrokken staat van herkomst in de Bondsrepubliek bezwaren maken bij de Bondsregering. Naar behoren rekening houdende met de belangen van de Duitse rechtspleging en de belangen van de staat van herkomst brengt de Bondsregering het meningsverschil tot een oplossing met gebruikmaking van haar bevoegdheden op het gebied van de buitenlandse betrekkingen. 5. De militaire autoriteiten van een staat van herkomst die afstand van voorrang van rechtsmacht ingevolge het eerste lid van dit artikel heeft gevraagd, kunnen met toestemming van de Duitse autoriteiten bepaalde strafzaken, ten aanzien waarvan rechtsmacht berust bij die staat, voor onderzoek, berechting en uitspraak overdragen aan de Duitse rechtbanken of autoriteiten. De Duitse autoriteiten kunnen, met toestemming van de militaire autoriteiten van een staat van herkomst die afstand van voorrang van rechtsmacht ingevolge het eerste lid van dit artikel heeft gevraagd, bepaalde strafzaken ten aanzien waarvan rechtsmacht bij de Bondsrepubliek berust, voor onderzoek, berechting en uitspraak overdragen aan de militaire autoriteiten van die staat van herkomst. 6. Indien een Duitse rechtbank of autoriteit ingevolge artikel VII, tweede lid, letter b, van het NAVO-Status Verdrag bij uitsluiting rechtsmacht uitoefent, wordt op speciaal of algemeen verzoek van de betrokken Staat van herkomst een afschrift van elk aan de verdachte betekend stuk toegezonden aan een door elke Staat van herkomst ingestelde of aangewezen verbindingsinstantie. Duitse rechtbanken of autoriteiten kunnen de verbindingsinstantie verzoeken zorg te dragen voor de betekening van stukken in strafzaken aan leden van een krijgsmacht, van een civiele dienst, of aan gezinsleden. De bepalingen van artikel 32, eerste lid, letter b, van deze Overeenkomst zijn van overeenkomstige toepassing op dit lid. 7. Ter uitvoering van de bepalingen van dit artikel en ter vergemakkelijking van een vlotte afdoening van strafbare feiten van lichtere aard kunnen tussen de militaire autoriteiten van een staat of staten van herkomst en de bevoegde Duitse autoriteiten regelingen worden getroffen. Deze regelingen kunnen mede betrekking hebben op de ontheffing van de verplichting tot kennisgeving en op de termijn, bedoeld in het derde lid van dit artikel, waarbinnen de afstand van rechtsmacht kan worden herroepen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel