**1.** De militaire autoriteiten van een staat van herkomst kunnen een persoon die niet aan hun rechtsmacht onderworpen is, zonder arrestatiebevel in voorlopige hechtenis stellen,
indien die persoon op heterdaad betrapt wordt of achtervolgd wordt en
zijn identiteit niet onmiddellijk kan worden vastgesteld, of
er gevaar voor vlucht bestaat; of
indien dit door een Duitse autoriteit wordt verzocht; of
op verzoek van een autoriteit van een andere staat van herkomst indien die persoon lid is van de krijgsmacht of van de civiele dienst van die staat dan wel een gezinslid van een zodanig lid.
**2.** Indien er gevaar bestaat voor vertraging en een Duitse openbare aanklager of politiefunctionaris niet tijdig bereikbaar is, kunnen de militaire autoriteiten van een staat van herkomst een persoon die niet aan hun rechtsmacht onderworpen is, zonder arrestatiebevel in voorlopige hechtenis stellen, indien ernstige verdenking (dringender Verdacht) bestaat dat die persoon een strafbaar feit heeft gepleegd of een strafbare poging doet tot het plegen van een strafbaar feit binnen, of gericht tegen, een inrichting van die staat dan wel een feit dat strafbaar is ingevolge artikel 7 van de vierde wet tot wijziging van de strafwetgeving van 11 juni 1957 (Bundesgesetzblatt Deel I, blz. 597) junctis de artikelen 99, 100, 100c , 100d , 100e , 109f , 109g en 363 van het Duitse Wetboek van Strafrecht, of ingevolge wettelijke voorzieningen die in de toekomst eventueel in de plaats van deze bepalingen zullen treden. Deze bepaling is slechts van toepassing, indien de betrokkene voortvluchtig is of zich verborgen houdt of indien gegronde reden bestaat om te vrezen dat hij zich aan strafvervolging ter zake van het plegen van een strafbaar feit of van een strafbare poging daartoe als bovenbedoeld tracht te onttrekken.
**3.** In de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel kunnen de militaire autoriteiten, voorzover zulks nodig is, de in voorlopige hechtenis genomen persoon ontwapenen en hem visiteren alsmede alle in zijn bezit zijnde voorwerpen die als bewijsmiddel voor het onderzoek van het strafbare feit waarvan hij wordt verdacht of beschuldigd kunnen dienen, in beslag nemen.
**4.** De militaire autoriteiten geven een persoon die overeenkomstig dit artikel in voorlopige hechtenis is genomen alsmede de inbeslaggenomen wapens of andere voorwerpen onverwijld over aan de dichtstbijzijnde Duitse openbare aanklager, politiefunctionaris of rechter of aan de militaire autoriteiten van de staat van herkomst tot welke krijgsmacht of civiele dienst de persoon, hetzij als lid hetzij als gezinslid, behoort.
**5.** De bepalingen van dit artikel maken geen inbreuk op de grondwettelijke onschendbaarheid van de parlementen van de Bondsrepubliek en de Länder.
Artikel 20
Artikel 20
Onderdeel van Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noordatlantische Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1963