**1.** De regeling van vorderingen terzake van schade veroorzaakt door een handelen of nalaten van een krijgsmacht, een civiele dienst of van hun leden, of door andere voorvallen waarvoor een krijgsmacht of een civiele dienst wettelijk aansprakelijk is, wordt beheerst door de bepalingen van artikel VIII van het NAVO-Status Verdrag en de aanvullende bepalingen van dit artikel.
**2.** Geen schadeloosstelling wordt betaald in de volgende gevallen:
schade aan openbare wegen, bruggen, bevaarbare waterwegen andere openbare verkeerswerken, voortvloeiende uit het gebruik daarvan door een krijgsmacht of een civiele dienst voor normale verkeersdoeleinden;
verlies van of schade aan eigendommen die zijn opgericht of aangeschaft ten laste van de middelen ter bestrijding van de bezettingskosten, of van de begroting van de Bondsrepubliek Duitsland of van middelen voor het onderhoud van de krijgsmachten voorzover dit verlies of die schade werd veroorzaakt gedurende de tijd dat de eigendommen voor gebruik ter beschikking stonden van een krijgsmacht of een civiele dienst.
**3.** De Bondsrepubliek doet afstand van al haar vorderingen op een staat van herkomst terzake van verlies van, of schade aan, eigendommen van de Bondsrepubliek die uitsluitend voor het gebruik van de krijgsmacht of de civiele dienst ter beschikking zijn gesteld. Het vorenstaande is eveneens van toepassing indien deze eigendommen ter beschikking zijn gesteld van de krijgsmachten van verschillende staten van herkomst of worden gebruikt door de krijgsmachten van een of meer staten van herkomst gezamenlijk met de Duitse strijdkrachten. Deze afstand is niet van toepassing op schade die opzettelijk of door grove nalatigheid is veroorzaakt, noch op schade aan de eigendommen van de Duitse Bondsspoorwegen of Duitse Bondsposterijen.
De bepalingen van artikel VIII, tweede lid, onder f van het NAVO-Status Verdrag zijn niet van toepassing op verlies van of schade aan eigendommen van de Duitse Bondsspoorwegen of Duitse Bondsposterijen noch op schade aan de Bondswegen.
**4.** De Bondsrepubliek vrijwaart de staten van herkomst voor aanspraken voortvloeiende uit verlies van of schade aan eigendommen van een Land, indien het verlies of de schade werd veroorzaakt vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
**5.** Elke staat van herkomst doet afstand van al zijn vorderingen op de Bondsrepubliek ter zake van verlies van of schade aan eigendommen van die staat van herkomst en veroorzaakt door leden of werknemers van de Duitse strijdkrachten, in de uitoefening van hun dienst of door het gebruik van voertuigen, vaartuigen of luchtvaartuigen van de Duitse strijdkrachten, mits die eigendommen gebruikt worden door de krijgsmacht of de civiele dienst van die staat, en die eigendommen zich bevinden op het gebied van de Bondsrepubliek. Deze afstand is niet van toepassing op schade die opzettelijk of door grove nalatigheid is veroorzaakt.
**6.** De bepalingen van artikel VIII, vijfde lid van het NAVO-Status Verdrag en van dit artikel zijn niet van toepassing op schade, geleden door leden van een krijgsmacht of een civiele dienst en veroorzaakt door een handelen of nalaten van andere leden van dezelfde krijgsmacht of dezelfde civiele dienst, of door andere voorvallen waarvoor die krijgsmacht of civiele dienst wettelijk aansprakelijk is.
**7.** De organisaties, bedoeld in artikel 71, tweede lid, worden ter zake van de regeling van de schadevorderingen in overeenstemming met artikel VIII van het NAVO-Status Verdrag en met dit artikel beschouwd als en handelend als integrerende onderdelen van de betrokken krijgsmacht, tenzij wordt overeengekomen dat een zodanige organisatie in dit opzicht niet onttrokken zal zijn aan de Duitse rechtsmacht.
**8.** De aansprakelijkheid van een krijgsmacht of van een civiele dienst wordt niet beïnvloed door de omstandigheid, dat een krijgsmacht of een civiele dienst onttrokken is aan de Duitse voorschriften. Indien de Duitse strijdkrachten dezelfde vrijstellingen genieten, behoeft alleen schadeloosstelling te worden betaald indien en voorzover een schadeloosstelling dient te worden betaald voor schade veroorzaakt door de Duitse strijdkrachten.
**9.** Indien tengevolge van een voorval aan een derde schade is toegebracht die met toepassing van artikel VIII, vijfde lid van het NAVO-Status Verdrag wordt afgewikkeld en er tengevolge van hetzelfde voorval eveneens schade is toegebracht aan de betrokken staat van herkomst, worden, indien de derde aansprakelijk is voor het vergoeden van die schade, de vordering van de staat van herkomst en de vordering van de derde gecompenseerd.
De Bondsrepubliek maakt in overeenstemming met administratieve overeenkomsten en op verzoek van een staat van herkomst namens die staat vorderingen geldend tegen in de Bondsrepubliek verblijvende personen, welke vorderingen voortvloeien uit schade die aldaar aan die staat is toegebracht; dit is niet van toepassing op vorderingen uit overeenkomst. De kosten die de Bondsrepubliek bij het geldend maken van vorderingen maakt worden, voorzover zij de algemene administratieve kosten te boven gaan, door de staat van herkomst vergoed.
**10.** Met betrekking tot vorderingen betreffende schade aan onroerende goederen of verlies van of schade aan roerende goederen - met uitzondering van onroerende of roerende goederen, die eigendom zijn van de Bondsrepubliek of van een Land - die vóór 5 mei 1955 uitsluitend voor het gebruik door een krijgsmacht of een civiele dienst beschikbaar waren gesteld en die na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst door de krijgsmacht of de civiele dienst zijn vrijgegeven, wordt de schadeloosstelling voor gelijke delen gedragen door de Bondsrepubliek en de betrokken staat van herkomst.
**11.** Behalve in gevallen waarin het na navraag bij de daarvoor in aanmerking komende krijgsmachten niet mogelijk is vast te stellen wie van hen verantwoordelijk is voor het verlies of de schade, verstrekt de krijgsmacht een verklaring inzake de in artikel VIII, achtste lid van het NAVO-Status Verdrag bedoelde vragen; zij neemt op verzoek van de Duitse autoriteiten een zodanige verklaring opnieuw in beschouwing indien gedurende het onderzoek van een vordering een Duitse autoriteit of een Duitse rechtbank tot het inzicht mocht komen, dat er omstandigheden bestaan die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden dan in de verklaring is neergelegd.
Indien er een verschil van mening blijft bestaan dat niet kan worden opgelost door middel van nadere besprekingen tussen de twee partijen op hoger niveau, wordt de procedure gevolgd die is neergelegd in artikel VIII, achtste lid van het NAVO-Status Verdrag.
De Duitse autoriteiten of rechtbanken nemen hun beslissingen in overeenstemming met de verklaring onderscheidenlijk de beslissing van de arbiter.
**12.** De bepalingen van artikel VIII van het NAVO-Status Verdrag en van dit artikel zijn van toepassing op schaden die zijn veroorzaakt of worden geacht te zijn veroorzaakt na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
Schaden die zijn veroorzaakt vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst of die worden geacht voordien te zijn veroorzaakt, worden behandeld in overeenstemming met de regelingen die tot dat tijdstip van toepassing waren.
**13.** Ter regeling van de tussen de autoriteiten van een krijgsmacht en de Duitse autoriteiten te volgen procedure bij de afwikkeling van schadevorderingen worden administratieve overeenkomsten gesloten.
Artikel 41
Artikel 41
Onderdeel van Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noordatlantische Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1963