Naar hoofdinhoud
1. Aan de behoeften van een krijgsmacht of van een civiele dienst aan onroerende goederen wordt slechts voldaan in overeenstemming met het NAVO-Status Verdrag en de bepalingen van dit Verdrag. De behoeften van een krijgsmacht of van een civiele dienst aan onroerende goederen worden door middel van periodiek in te dienen schema's ter kennis gebracht van de autoriteiten van de Bondsrepubliek. Buiten deze schema's delen de autoriteiten van een krijgsmacht slechts in noodgevallen hun behoeften aan onroerende goederen mede. Deze mededelingen behelzen door de krijgsmacht vastgestelde gedetailleerde gegevens die in het bijzonder betrekking ben op de bij benadering aangegeven ligging van het gebied, de omvang, het voorgestelde gebruik, de geschatte duur van de behoefte en de data waarop de onroerende goederen ter beschikking moeten worden gesteld. De autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst sluiten met de Duitse autoriteiten overeenkomsten inzake de voorziening in hun behoeften aan onroerende goederen. Deze overeenkomsten strekken zich tevens uit tot de toegang tot de onroerende goederen (wegen, spoorwegen of waterwegen) en, bij voorkomende gevallen, tot de kosten bedoeld in artikel 63, vijfde lid onder b. De Duitse autoriteiten voeren de ingevolge deze overeenkomsten te treffen maatregelen uit. De Duitse autoriteiten wijzen op verzoek de ondernemingen die verantwoordelijk zijn voor de levering aan een krijgsmacht of een civiele dienst van water, gas en elektriciteit of voor de afvoer van afvalwater, met welke ondernemingen contracten kunnen worden gesloten. Voorzover aan de behoeften van een krijgsmacht of van een civiele dienst niet kan worden voldaan door middel van contracten tussen de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst en de betrokken ondernemingen, wordt inzake de voldoening deze behoeften een overeenkomst gesloten tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst, indien laatstgenoemden zulks verzoeken. De Duitse autoriteiten nemen passende maatregelen om de nakoming van deze overeenkomst te verzekeren, zo nodig door het sluiten van contracten. 2. De Bondsrepubliek waarborgt dat de aan een krijgsmacht of civiele dienst binnen het kader van de bepalingen van het Krijgsmachtenverdrag voor haar gebruik ter beschikking gestelde onroerende goederen die bij de inwerkingtreding van dit Verdrag nog in haar bezit zijn, ter beschikking blijven van de krijgsmacht of de civiele dienst totdat deze goederen op grond van het vijfde lid onder a en b van dit artikel dienen te worden teruggegeven. Het vorenstaande is niet van toepassing op onroerende goederen bestemd voor openbaar vervoer of voor de hiervoor gebruikte bevoorradingsinrichtingen of voor de posterijen en de telecommunicatiedienst; deze onroerende goederen worden teruggegeven voorzover niet anders is overeengekomen tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht, 3. Met betrekking tot de overeenkomstig het eerste lid aan een krijgsmacht of een civiele dienst beschikbaar te stellen onroerende goederen worden speciale schriftelijke overeenkomsten (Überlassungsvereinbarungen) gesloten; deze overeenkomsten bevatten gegevens betreffende de omvang, de aard, de plaats, de toestand en de inventaris van de onroerende goederen, alsmede bijzonderheden betreffende het gebruik ervan. De onroerende goederen worden uitsluitend aan de krijgsmacht of de civiele dienst die de goederen heeft aangevraagd, voor bezetting en gebruik ter beschikking gesteld voorzover niet anders is overeengekomen tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst. Het onder a gestelde van dit lid is van overeenkomstige toepassing op onroerende goederen die overeenkomstig het tweede lid beschikking blijven van een krijgsmacht of een civiele dienst, 4. Een krijgsmacht of een civiele dienst is verantwoordelijk voor de uitvoering van de herstel- en onderhoudswerkzaamheden die nodig zijn om de ter beschikking gestelde goederen in goede staat van onderhoud te houden, tenzij met betrekking tot de tegen betaling ter beschikking gestelde onroerende goederen in de overeenkomsten gesloten ingevolge het derde lid onder a, anders is bepaald. 5. De volgende bepalingen zijn van toepassing op de teruggave van onroerende goederen door een krijgsmacht of een civiele dienst. De autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst controleren voortdurend hun behoeften aan onroerende goederen, teneinde te verzekeren dat het aantal en de omvang van de door hen gebruikte onroerende goederen beperkt worden tot het minimaal vereiste. Bovendien verifiëren zij op verzoek van de Duitse autoriteiten hun behoeften in individuele gevallen. Behoudens eventuele bijzondere overeenkomsten inzake de duur van het gebruik worden onroerende goederen die niet langer nodig zijn of waarvoor andere onroerende goederen die aan de behoeften van de krijgsmacht of de civiele dienst voldoen ter beschikking zijn gesteld, na voorafgaande kennisgeving onverwijld aan de Duitse autoriteiten teruggegeven. Het gestelde in i is van overeenkomstige toepassing indien een krijgsmacht of een civiele dienst niet meer het gehele onroerende goed nodig heeft en een gedeeltelijke teruggave mogelijk is. Behoudens het gestelde onder a houden de autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst naar behoren rekening met verzoeken van de Duitse autoriteiten om teruggave van een speciaal onroerend goed wanneer het, gelet op de gemeenschappelijke verdedigingstaak, duidelijk is dat het Duitse belang bij het gebruik van een dergelijk onroerend goed overheerst. Onroerende goederen die na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor een bepaalde termijn aan een krijgsmacht of een civiele dienst ter beschikking zijn gesteld, worden na afloop van die termijn teruggegeven, mits deze tijdsduur werd vastgesteld overeenkomstig de verklaringen door de autoriteiten van de krijgsmacht of civiele dienst verstrekt op het tijdstip dat zij hun behoefte aan onroerende goederen mededeelden; de tijdsduur van het gebruik mag worden verlengd voorzover de eigenaar of andere rechthebbende er in toestemt dan wel vordering is toegestaan ingevolge de Duitse vorderings (Leistungs) wetgeving. Onroerende goederen die na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst aan een krijgsmacht of een civiele dienst ter beschikking zijn gesteld en ten aanzien waarvan een autoriteit die belast is met de onteigening krachtens de Wet inzake de verwerving van terreinen een voorlopige bezitstoewijzing (vorzeitige Besitzeinweisung) heeft afgegeven, worden teruggegeven indien deze eigendomstoewijzing wordt ingetrokken. Voorwerpen die te zamen met onroerende goederen zijn gevorderd en die zich nog in deze onroerende goederen bevinden worden gelijk met de onroerende goederen teruggegeven, tenzij de eigenaar met een andere regeling instemt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel