Naar hoofdinhoud
1. In de gevallen en in de mate waarin zulks in het tweede tot en met zevende lid is bepaald, worden geen betalingen gedaan voor goederen en diensten waarvan een krijgsmacht of een civiele dienst gebruik maakt voor haar eigen doeleinden of welke hun voor deze doeleinden ter beschikking zijn gesteld. 2. Een krijgsmacht of een civiele dienst kan kosteloos gebruik maken van openbare wegen, hoofdverkeerswegen en bruggen. 3. Een krijgsmacht of een civiele dienst geniet kosteloos de diensten en bijstand van openbare diensten, met inbegrip van de diensten van de Duitse politie, de openbare gezondheidsdienst en de brandweer, alsmede van de meteorologische, topografische en cartografische diensten, in tenminste dezelfde mate als de Duitse strijdkrachten. Hetzelfde geldt voor het gebruik van bevaarbare wateren. 4. Voorzover geen andere regelingen zijn of zullen worden getroffen, kan een krijgsmacht of een civiele dienst kosteloos gebruik maken van vermogensbestanddelen die rechtens eigendom zijn van de Bondsrepubliek (rechtlich im Eigentum des Bundes stehend) of van goederen welke zijn of zullen worden aangeschaft of vervaardigd ten laste van de bezettingskosten en van de begroting van de Bondsrepubliek of van fondsen ter bestrijding van onderhoudskosten. Deze bepaling is niet van toepassing op het gebruik van goederen die in eigendom toebehoren aan of in beheer zijn bij de Duitse Bondsspoorwegen of Bondsposterijen. Voorzover geen andere regelingen zijn of zullen worden getroffen, verzekert de Bondsrepubliek dat de staat van herkomst aan wie goederen die rechtens eigendom zijn van een Land voor gebruik ter beschikking zijn of zullen worden gesteld, gevrijwaard wordt tegen alle aanspraken op schadeloosstelling welke dat Land volgens de Duitse wetgeving eventueel geldend kan maken. Voorzover geen andere regelingen zijn of zullen worden getroffen, wordt de vergoeding voor het gebruik van vermogensbestanddelen die niet begrepen zijn onder a, eerste volzin, of onder b van dit lid, en die ten laste van de geldmiddelen van de Bondsrepubliek of ten laste van de eigen geldmiddelen van de staat van herkomst zijn of zullen worden herbouwd, verminderd in dezelfde mate als waarin de kosten van de herbouw zich verhouden tot de totale waarde van deze goederen. De vrijstelling van vergoeding voor het gebruik van goederen als bedoeld onder a tot en met c van dit lid strekt zich echter niet uit tot: reparatie- en onderhoudskosten; lopende openbare lasten welke op een terrein (Grundstück) rusten, voorzover naar Duits recht de Bondsrepubliek tot betaling of vergoeding daarvan verplicht is; andere bedrijfskosten. 5. De volgende uitgavenposten die voortvloeien uit het feit dat op verzoek van een krijgsmacht of een civiele dienst op grond van de Duitse wetgeving goederen worden aangeschaft of diensten worden verricht, of rechten worden beperkt, overgedragen of ingetrokken, worden niet gedragen door de staat van herkomst: schadeloosstelling verschuldigd ingevolge de Wet inzake de verwerving van terreinen met uitzondering van: schadeloosstelling voor voorlopige inbezitneming (Besitzeinweisungsentschädigung) voorzover het niet betreft handelingen tot verkrijging van terreinen (Landbeschaffungsvorhaben) die worden aangevangen na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst; vergoedingen voor het gebruik van onroerende goederen die aan een krijgsmacht of aan een civiele dienst beschikbaar zijn gesteld en die niet rechtens eigendom zijn van de Bondsrepubliek of een der „Länder” voorzover het niet betreft onroerende goederen die na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst aan een krijgsmacht of aan een civiele dienst voor de oprichting van permanente bouwwerken ter beschikking zijn gesteld; schadeloosstelling die krachtens de Duitse wetgeving aan de „Länder” betaald moet worden terzake van opgelegde ten aanzien van grondeigendommen (Schutzbereichentschädigung) voorzover het door de instelling van beperkingen veroorzaakte vermogensnadeel uitsluitend voortvloeit uit de beperking van het economische of een ander gebruik van de goederen. Indien de verwerving van gronden voor een krijgsmacht of voor een civiele dienst andere kosten voor de Bondsrepubliek met zich mede brengt, vinden tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht, voor elk geval afzonderlijk, onderhandelingen plaats waarbij rekening wordt gehouden met alle van belang zijnde factoren en onder voorbehoud van het gestelde in het zesde lid onder c teneinde vast te stellen of en zo ja in hoeverre, de staat van herkomst, te wiens behoeve de gronden moeten worden verworven, deze kosten moet dragen; te dier zake worden overeenkomsten gesloten. Indien - in het geval waarin op verzoek van een krijgsmacht beperkingen ten aanzien van het grondeigendom zijn ingesteld - de schadeloosstelling voor de opgelegde beperkingen moet worden voldaan op een andere wijze dan door middel van periodieke betalingen, kunnen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht voor elk daarvoor in aanmerking komend afzonderlijk geval onderhandelen over een verdeling van de schadeloosstelling, waarbij rekening wordt gehouden met alle van belang zijnde factoren, met inbegrip van de duur van het gebruik door de krijgsmacht van het onroerend goed ten aanzien waarvan de beperkingen zijn ingesteld. 6. Van de uitgaven voortvloeiende uit de oprichting door een krijgsmacht of door een civiele dienst van bouwwerken van allerlei aard of uitgaven in verband daarmede, is de staat van herkomst niet aansprakelijk voor de uitgaven veroorzaakt door de ontruiming van terreinen (Räumung). Indien inrichtingen en middelen ten dienste van vervoer en verreberichtgeving, de water-, gas- en elektriciteitsvoorziening en de afvoer van afvalwater ingesteld, gewijzigd, versterkt of uitgebreid zijn op verzoek van de autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst, mede dienen ter voorziening in Duitse behoeften, worden de kosten van die inrichtingen en middelen - met inbegrip van de kosten van herstel en onderhoud - verdeeld op een wijze die overeenstemt met het aandeel van de Duitse belangen in vergelijking tot de belangen van de staat van herkomst. De bedragen worden in elk afzonderlijk geval in overleg tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht vastgesteld. Deze regeling is eveneens van toepassing op de kosten van onderhoud en herstel van soortgelijke inrichtingen en middelen waaromtrent van Duitse zijde plannen bestaan ze buiten dienst te stellen of af te breken doch die op verzoek van een krijgsmacht of van een civiele dienst in stand moeten worden gehouden. Indien tengevolge van de verwerving van gronden ten behoeve van een krijgsmacht of van een civiele dienst, of als gevolg van bouwwerkzaamheden welke door of ten behoeve van een krijgsmacht of van een civiele dienst worden uitgevoerd, inrichtingen en middelen ten dienste van vervoer en verreberichtgeving, de water-, gas- en elektriciteitsvoorziening, of de afvoer van afvalwater, omgelegd of verplaatst moeten worden - hetzij omdat ze niet langer voor openbaar gebruik beschikbaar zijn, hetzij omdat kan worden aangetoond dat verder gebruik niet uitvoerbaar is - draagt de staat van herkomst de kosten die daaruit voortvloeien slechts voorzover de tot dat tijdstip geldende norm niet overschreden wordt. 7. Indien militaire of andere bij een krijgsmacht in gebruik zijnde luchtvaartuigen blijvend gestationeerd zijn op burgerluchtvaartterreinen - met inbegrip van burgervliegvelden die niet voor uitsluitend gebruik aan de krijgsmacht ter beschikking zijn gesteld - kunnen voor de gemeenschappelijk gebruikte inrichtingen en middelen vergoedingen worden overeengekomen, die afwijken van de tarieven die volgens de Duitse voorschriften gelden. Deze vergoedingen kunnen na overleg worden voldaan door middel van het leveren van diensten of door leveringen in natura. Voor noodlandingen door militaire of andere bij de krijgsmacht in gebruik zijnde luchtvaartuigen zijn geen vergoedingen verschuldigd.

Rechtspraak bij dit artikel