Naar hoofdinhoud
Tot de inrichting en inboedel behorende goederen die eigendom zijn van de Bondsrepubliek kunnen binnen het grondgebied van de Bondsrepubliek van een bij een krijgsmacht of een civiele dienst in gebruik zijnd onroerend goed naar een ander worden overgebracht, met inachtneming van de volgende beperkingen: Voorwerpen van deze aard - met inbegrip van die welke zijn aangeschaft ten laste van de middelen ter bestrijding van de bezettingskosten, van de begroting van de Bondsrepubliek Duitsland of van middelen voor het onderhoud van de krijgsmachten - die in de bouwkosten van de bij een krijgsmacht of een civiele dienst in gebruik zijnde onroerende goederen waren begrepen, worden slechts met toestemming van de Duitse autoriteiten van zodanige onroerende goederen verwijderd. De toestemming van de Duitse autoriteiten dient eveneens te worden verkregen voordat tot de inrichting en inboedel behorende goederen die bevestigd zijn aan, of speciaal gemaakt zijn voor, een bepaald onroerend goed, worden verwijderd. Het vorenstaande is niet van toepassing indien zodanige voorwerpen werden aangeschaft ten laste van de middelen ter bestrijding van de bezettingskosten, van de begroting van de Bondsrepubliek Duitsland of van middelen ter bestrijding van onderhoudskosten; de autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst stellen de Duitse autoriteiten echter tijdig van hun voornemen in kennis teneinde laatstgenoemde autoriteiten in voorkomend geval in staat te stellen een andere oplossing voor te stellen.

Rechtspraak bij dit artikel