Naar hoofdinhoud
1. Roerende goederen die zijn aangeschaft ten laste van de middelen ter bestrijding van de bezettingskosten, van de begroting van de Bondsrepubliek Duitsland of van middelen ter bestrijding van onderhoudskosten worden, wanneer de autoriteiten van een krijgsmacht of van een civiele dienst vaststellen dat zij die goederen niet meer nodig hebben, overgedragen aan de Duitse autoriteiten, te hunner beschikking. 2. In afwijking van het gestelde in het eerste lid kunnen overeenkomsten worden gesloten met betrekking tot de verkoop of andere wijzen van tegeldemaking van deze roerende goederen. De nettoopbrengsten van deze tegeldemaking komen ten bate van de Bondsrepubliek. 3. Roerende goederen als bedoeld in het eerste lid kunnen slechts uit het grondgebied van de Bondsrepubliek worden verwijderd indien zulks noodzakelijk is in verband met de vervulling van de verdedigingstaak van de Noordatlantische Verdragsorganisatie. Onder voorbehoud van het gestelde in het vierde lid wordt de verwijdering beheerst door de volgende bepalingen: Voordat de verwijdering plaatsvindt wordt hiervan aan de Duitse autoriteiten mededeling gedaan; in spoedgevallen vindt de mededeling achteraf plaats. Mededeling aan de Duitse autoriteiten is niet vereist in het geval van verwijdering van voorwerpen met een geringe aanschaffingswaarde; tijdelijke verwijdering van voorwerpen in verband met manoeuvres of andere handelingen van een krijgsmacht die veelvuldige en herhaalde overschrijdingen van de grenzen van de Bondsrepubliek vereisen. 4. Elke verwijdering van goederen bedoeld in het eerste lid in verband met de verplaatsing van onderdelen van een krijgsmacht, die tot doel heeft de krijgsmacht te verkleinen of geheel terug te trekken wordt geregeld in een bijzondere overeenkomst. 5. Het eerste en tweede lid van dit artikel blijven van kracht in de gevallen dat verwijdering uit het grondgebied van de Bondsrepubliek plaatsvindt; zij zijn eveneens van toepassing wanneer de roerende goederen bedoeld in het eerste lid niet meer noodzakelijk zijn voor de vervulling van de verdedigingstaak van de N.A.V.O. 6. Tot de inrichting en inboedel behorende goederen die deel uitmaken van onroerende goederen en zijn aangeschaft ten laste van de middelen ter bestrijding van de bezettingskosten of van de begroting van de Bondsrepubliek Duitsland of van middelen ter bestrijding van onderhoudskosten, worden niet uit het grondgebied van de Bondsrepubliek verwijderd. 7. De bijzonderheden worden bij administratieve overeenkomsten geregeld.

Rechtspraak bij dit artikel