**1.** Voor zover het Duitse recht van toepassing is in verband met het gebruik van de in artikel 53 van deze Overeenkomst bedoelde onroerende goederen, en dit voorschrijft dat een bijzondere vergunning, machtiging of enige andere vorm van officiële toestemming moet worden verkregen, dienen de Duitse autoriteiten, in samenwerking en in overleg met de autoriteiten van een krijgsmacht, de benodigde aanvragen in en voeren zij de desbetreffende administratieve en gerechtelijke procedures namens de krijgsmacht.
**2.** Het eerste lid van dit artikel is ook van toepassing wanneer de beslissing wordt aangevochten door een derde, wanneer van maatregelen of voorzieningen melding moet worden gedaan, en ingeval de procedures ambtshalve worden ingesteld, in het bijzonder om de openbare veiligheid en orde te waarborgen, of ingeval deze op aandringen van een derde worden ingesteld. In deze gevallen dienen de Duitse federale autoriteiten die namens de krijgsmacht handelen, de belangen van de krijgsmacht te verdedigen. Indien een ingevolge het eerste lid van dit artikel aangevraagde vergunning wordt afgewezen of op een later tijdstip wordt gewijzigd of ongeldig verklaard overeenkomstig het Duitse recht, plegen de autoriteiten van de krijgsmacht en de Duitse autoriteiten overleg om op een andere wijze in de behoeften van de krijgsmacht te voorzien die verenigbaar is met de vereisten van het Duitse recht.
**3.** De autoriteiten van de krijgsmacht nemen strikt de voorwaarden en vereisten in acht van een rechtskracht hebbende beslissing die is gegeven in overeenstemming met het eerste en tweede lid van dit artikel. Zij werken nauw samen met de Duitse autoriteiten om te verzekeren dat deze verplichting wordt nagekomen. Bedoelde beslissing kan niet het voorwerp vormen van executie.
Artikel 53A
Artikel 53A
Onderdeel van Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noordatlantische Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 29 maart 1998