Naar hoofdinhoud
1. Een krijgsmacht en een civiele dienst kunnen binnen hun voor uitsluitend gebruik ter beschikking gestelde onroerende goederen alle noodzakelijke maatregelen nemen ten behoeve van een genoegzame vervulling van hun verdedigingsverplichtingen. Op het gebruik van die onroerende goederen is het Duitse recht van toepassing, tenzij in deze Overeenkomst en in andere internationale overeenkomsten anders is bepaald en voor zover het niet de organisatie, het interne functioneren en de leiding van de krijgsmacht en zijn civiele dienst, de leden daarvan en hun gezinsleden, en andere interne aangelegenheden die geen voorzienbare gevolgen hebben voor rechten van derden, naburige gemeenschappen of het algemeen belang, betreft. De bevoegde Duitse autoriteiten en de autoriteiten van een krijgsmacht plegen overleg en werken samen om eventuele verschillen van mening bij te leggen. 2. De eerste volzin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op maatregelen met betrekking tot het luchtruim boven de onroerende goederen, mits de maatregelen die het luchtverkeer zouden kunnen hinderen slechts worden genomen in overleg met de Duitse autoriteiten. De bepalingen van artikel 57, zevende lid blijven van kracht. 2bis. Het gebruik van militaire oefenterreinen, lokale militaire oefenterreinen en schietbanen door eenheden die voor oefen- en opleidingsdoeleinden naar de Bondsrepubliek zijn overgebracht dient vooraf te worden aangekondigd ter goedkeuring door de bevoegde Duitse autoriteiten. Het gebruik wordt geacht te zijn goedgekeurd indien de Duitse autoriteiten daartegen geen bezwaar maken binnen 45 dagen na de ontvangst van de aankondiging. Voor eenheden van een aankondigende Staat met een personeelssterkte tot 200 man die organiek behoren tot een in de Bondsrepubliek gestationeerde eenheid, of die zijn bedoeld ter versterking van in de Bondsrepubliek gestationeerde eenheden, is enkel de aankondiging voldoende. Voor de toepassing van dit artikel kan worden volstaan met een aankondiging aan Duitse autoriteiten tijdens planningsconferenties. Er kunnen aanvullende akkoorden worden gesloten. 2ter. Bijzonderheden betreffende het gebruik van militaire oefenterreinen, luchtverdedigingsterreinen, lokale militaire oefenterreinen en schietbanen, alsmede de in lid 2bis bedoelde aankondiging en goedkeuring, worden geregeld in op federaal niveau te sluiten administratieve overeenkomsten. 3. De krijgsmacht of de civiele dienst draagt er bij de uitvoering van de maatregelen bedoeld in het eerste lid zorg voor, dat de Duitse autoriteiten binnen de onroerende goederen de noodzakelijke maatregelen kunnen nemen teneinde de Duitse belangen te waarborgen. 4. De Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst werken samen teneinde een soepele toepassing van de maatregelen bedoeld in het eerste, tweede en derde lid te verzekeren. De bijzonderheden van deze samenwerking zijn uitgewerkt in het vijfde tot en met het zevende lid van het op dit artikel betrekking hebbende onderdeel van het Protocol van ondertekening, 5. Wanneer onroerende goederen gezamenlijk worden gebruikt door een krijgsmacht of een civiele dienst en de Duitse strijdkrachten of Duitse civiele diensten worden de met betrekking tot dit gebruik nodige regelingen vastgelegd in administratieve overeenkomsten of bijzondere overeenkomsten waarbij zowel met de positie van de Bondsrepubliek als ontvangende Staat als met de verdedigingsverplichtingen van de krijgsmacht naar behoren rekening wordt gehouden. 6. Teneinde een krijgsmacht of een civiele dienst in staat te stellen hun verdedigingsverplichtingen op genoegzame wijze te vervullen, nemen de Duitse autoriteiten op verzoek van de krijgsmacht passende maatregelen ter vaststelling van gebieden waarin de rechten van de grondeigenaar kunnen worden beperkt (Schutzbereiche), voor de controle op of de beperking van de bebouwing, de beplanting en het verkeer in de omgeving van onroerende goederen die voor gebruik ter beschikking zijn gesteld van de krijgsmacht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel