Naar hoofdinhoud
1. Wanneer ten behoeve van een krijgsmacht of een civiele dienst vorderingsmaatregelen (Anforderungsverfahren) volgens de Duitse vorderingswetgeving worden genomen, zijn de volgende bepalingen van toepassing: De maatregelen worden genomen door de Duitse autoriteiten, die in overleg met de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst worden aangewezen. De bevoegde Duitse autoriteiten belasten zich, in overeenstemming met administratieve overeenkomsten, met de uitoefening van rechten en de vervulling van verplichtingen die voortvloeien uit de positie van de krijgsmacht of van de civiele dienst als ontvanger van het gevorderde (Leistungsempfänger). De krijgsmacht of de civiele dienst vervult echter zelf die verplichtingen die naar hun aard niet door de Duitse autoriteiten kunnen worden vervuld. De Duitse autoriteiten die de belangen van de krijgsmacht of de civiele dienst behartigen inzake het bedrag der uit te betalen schadeloosstelling aanvaarden voorstellen van degene van wie wordt gevorderd (Leistungspflichtiger) of van de met de vaststelling van de schadeloosstelling belaste autoriteiten slechts in overleg met de autoriteiten van de krijgsmacht of van de civiele dienst. De Duitse autoriteiten dienen zelf geen voorstellen in met betrekking tot de regeling van het bedrag der schadeloosstelling dan nadat een zodanig overleg heeft plaats gehad. De bepalingen van artikel 63 van deze Overeenkomst blijven onverlet. Rechtsgedingen ten behoeve van of tegen de krijgsmacht of de civiele dienst, voortvloeiend uit hun positie als ontvanger van het gevorderde, worden door en in naam van de Bondsrepubliek ingesteld of verdedigd. 2. De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing met betrekking tot de Wet beperking grondeigendom en de Wet inzake de verwerving van terreinen.

Rechtspraak bij dit artikel