Japan aanvaardt de vonnissen van de Internationale Militaire Rechtbank voor het Verre Oosten en van andere Geallieerde Gerechtshoven ter berechting van oorlogsmisdaden, zowel in als buiten Japan, en zal de door genoemde instanties aan in Japan gevangen gehouden Japanse onderdanen opgelegde vonnissen ten uitvoer leggen. Het recht om gratie te verlenen, vonnissen te verzachten en zulke gevangenen voorwaardelijk in vrijheid te stellen, mag niet worden uitgeoefend dan krachtens een beslissing van de Regering of Regeringen, door welke het vonnis in elk afzonderlijk geval werd opgelegd, en op aanbeveling van Japan. Voor zover het personen betreft, die veroordeeld zijn door de Internationale Militaire Rechtbank voor het Verre Oosten, mag dat recht niet worden uitgeoefend dan krachtens een beslissing van de meerderheid van de Regeringen, vertegenwoordigd in die Rechtbank, en op aanbeveling van Japan.
HOOFDSTUK IV
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Vredesverdrag met Japan· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 17 juni 1952